Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Na een stichomythischen dialoog tusschen Myrrha en Mylitta, 'waarin beiden, de oppervlakkige, en de zoekende, hun contrasteerende meeningen tegenover elkaar stellen en een opzweependen zang van het Koor, dat Myrrha's beschouwing breeder ontwikkelt, vangt een waanzinnig bacchanaal aan van god-tergende losbandigheid. Een Priester waarschuwt tevergeefs. Dan grijpt Zeus in, met donder en bbksem, telkens opnieuw, totdat de menigte in doodsangst om genade smeekt, en zich verootmoedigt in gebeden. Hiermede eindigt bet drama.

Opmerkebjk is het hoe een pas beginnend dichter reeds dadelijk een dialoog wist te scheppen in dien voornamen, edelen toon, welken we kennen uit het werk der Grieksche tragici en der beste moderne dichters als Goethe en Hebbel. In het tweede gedeelte, dat van het Koor en het Bacchanaal, wanneer Rhodopis is heengegaan om zich weg te geven aan Charaxes, wordt de versvorm meer ongebonden; de Grieksche maten van de reien en het nog tamelijk strenge vijf-voetige jamben-vers worden vervangen door rijmende rhytbmen, die nu eens berinneren aan Schiller's oden, dan weer aan sommige middel-latijnsche hymnen. Toen ik Kloos op de laatste overeenkomst wees, was bij verwonderd, want hij kende in 1878, toen hij werkte aan Rhodopis, nog maar weinig Latijn en had nooit van Latijnsche hymnen gehoord. Rijmschema en maatgang in het gebed van het Koor stemmen geheel overeen met die van sommige beroemde hymnen aan de Heilige Maagd b.v. met In assumptione beatae Mariae sequentia van Adam van St. Victor (i 1192), de „Stella Maris". Ter vergelijking laat ik na de Nederlandsche strofen een paar Latijnsche volgen:

God der gruwlen, god der wraken Zijt Gij voor wie U verzaken, Voor Uw aardsche macht niet blaken, U geen zielen-offers biên.

Plettend wie U durven tarten, Dompelt Gij een duizend harten, O mijn God! in felle smarten, Die geen sterfhng mag ontvliên.

HET VOLK.

Maar wie met bebloede zielen Waar Uw slagen slechts op vielen, Voor U, Nooit-Geziene, knielen, Zullen Uw genade zien!

Willem Kloos. 2

Sluiten