Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voordoet, wanneer het persoonlijk denken en voelen krachtig inzet en zich loswikkelt uit de algemeene, vage vormen waarin het vóór dien tijd besloten lag. Was er in den stillen schoolknaap die in stugge verbetenheid wegdook in zijn boeken om maar niet gekwetst te worden door pijnlijk gevoelde liefdeloosheid, reeds een begin van scherp bewuste eigenheid en een neiging om zelfstandig zijn aanleg te volgen, nu was de twijfel gekomen en de wanhoop aan het leven, een voorbijgaande toestand van het jonge gemoed, dat weldra zijn betrekkelijk evenwicht zon hervinden in het trotsche besef, een gewaardeerd, ja bewonderd dichter te rijn. Reeds nu vertoonen zich naast dit zelfgevoel andere trekken, die er onmiddellijk meê samenhangen, n.1. een rotsvaste onverzettelijkheid en een fatale drang om van anderen te eischen dat zij zonden zijn zooals hij; het waren de noodzakelijke eigenschappen waardoor rijn teêre, zwaarmoedige ziel zich trachtte te verdedigen tegen de hardheden van het leven. Want rijn diepere aanleg was afkeerig van plooien en buigen. Zich aanpassen kon bij niet. Dat in dit verdedigingsmiddel de oorzaak moest liggen van nieuwe evenwichtsverstoringen, kan men gemakkelijk begrijpen. Het vervolg van deze geschiedenis zal het bewijzen. Men zal dan ook zien dat Kloos' inwendig leven verloopt langs een vaste lijn en de lyrische uitingen van dit inwendig leven hun oorzakelijke noodwendigheid hadden.

In 1879, het jaar van zijn geslaagd toelatingsexamen voor de Universiteit, kwam Kloos in kennis met Jacques Perk. Hij had toen Rhodopis uitgegeven en Perk werkte aan zijn Mathilde-cyclus. Het gedicht Rhodopis, dat Perk bewonderde, heeft hen samen gebracht.

Rhodopis met het blozend rozen-aanschijn Legde onze handen heimlijk in elkander 1)

Het wordt weldra een innige vriendschap; in Mei 1880 komt Kloos voor het eerst bij Perk aan huis, in Juli vertoeven ze samen in Laroche sur Ourthe, in de Ardennen, waar Dr. Doorenbos de beide vrienden en leerlingen kwam bezoeken. Wanneer we vragen wie van de beide jonge dichters het meest aan den ander gegeven heeft, dan is het misschien Kloos geweest. Hij was de rijpere, letterkundig meest ontwikkelde van de twee; en meer dan de levenslustige Perk was hij geadeld door de smarten van het leven. Wie van hen de beste dichter was? De waarlijk artistieken mogen het besbssen, wanneer zij al het beste van Kloos veel uitgebreider oeuvre gelezen hebben; over Kloos'

1) Nieuwe Gids, 1894, Nagelaten Verzen van Jacques Perk.

Sluiten