Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

andere menschen en de wereld het liefst naar zijn aard zou willen hervormen (XV):

Gij deedt en dichttet, in u-zelf gedompeld,

En leedt toen u mijn vrienden-oogen zagen,

En gij in droomen vaag kwaamt aangestrompeld.

En 'k heb met blijden blik u ga-geslagen En op u oogend in mij-zelf gemompeld: Die moet een wereld in zijn boezem dragen.

Perk wilde zijn vriend graag opbeuren en hem een middel aan de hand doen om zich gelukkiger te voelen. Hij trachtte hem te bewegen, zich minder van de menschen aan te trekken en niet star te willen dat zij zouden zijn als hij, de Dichter:

II

Eén trek in u wilde ik dat anders ware, Daar gij daarin alleen van mij verschilt, 't Is dat gij zooals u elk ander wilt En wilt dat elk nw wezen evenare.

Ik wil slechts dat ons ééne ziel doortrilt,

Wat deert mij de rondtuimelende schare,

Die één van ziel is .... laat haar wedervaren

Wat ons weervaart.... èn smart èn vreugd verschilt.

O, oordeel niet, laat ons niet vergelijken Ons zeiven met wie anders zijn dan wij, Opdat de vree niet van ons weg zal wijken.

Tevredenheid alleen maakt vroolijk, vrij, En vrijheid doet het ongeluk bezwijken, En naar geluk dorst u en mij.

III

Kom laat een lach zich om uw lippen plooien, j Mijn arme vriend, die alles duister ziet, Uw winter moet de warme zon ontdooien, De zon der blijdschap en het blijde lied.

Sluiten