Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoofdstuk III — KLOOS STUDENT, VAN DEN HERFST VAN 1879 TOT DEN ZOMER VAN 1884

DOOR f inanciëelen steun van een oud familielid zag Kloos zich in staat gesteld te gaan studeeren. Heel zuinig te studeeren. Zijn geringe middelen veroorloofden hem niet, toe te treden tot het Amsterdamsen studentencorps; hij had geen deel aan de zorgelooze ontspanningen, de luidruchtig bruisende jool, noch ook aan den niet te onderschatten karakter-wijzigenden invloed van een omgang met vele jonge menschen, verschillend van aanleg, verschillend van studierichting. Kloos zelf spreekt ergens van zijn ernstigdoorstreden studentenjaren. Hij liep college, slechts drie maanden (langer kon hij het niet uithouden!) en werkte; werkte in de bteratuur, die hem zoo hef was, en voor het.candidaatsexamen. Toch was hij geen obscuur type. Hij wist zich schadeloos te stellen, voor wat hij mogelijk als niet-corpsbd moest missen. Men kende Kloos reeds. Hij werd lid van de in 1881 opgerichte club Flanor en vertoonde zich geregeld in de café's waar de jonge schilders en letterkundigen plachten samen te komen. Gewoonlijk zweeg hij en luisterde aandachtig, kalm rookend zijn sigaar, om soms, met een rake opmerking, te toonen dat hem niets ontgaan was. In dezen tijd maakte hij kennis met verscheidene jonge menschen, die rijn trouwe vrienden zijn geworden. Den fijnen schilder en etser Maurits van der Valk kende hij al sinds zijn kinderjaren; ook Aegidius Timmerman, langen tijd conrector van het Haagsche Gymnasium, Kloos' oudsten akademievriend, met wien hij heeft samengewerkt voor het toen reeds door Timmerman afgelegde candidaatsexamen. Nu voegden zich daarbij Hein Boeken, Alphons Diepenbroek, beiden evenals Kloos student in de klassieke letteren, Karei Alberdingk Thym, de schilders Willem Witsen,

Sluiten