Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vosmaer? De schrijver betwijfelt of dit mensch-exemplaar (de Philoloog) tot den homo sapiens mag gerekend worden. „Hun bestaan is niets anders dan een voortdurende assimilatie met vreemde elementen, die eerst hunne overeenkomst met het tegenwoordige menschenras, daarna hun distinctief teeken als mensch, het Nosce te ipsum absorbeert Hun werk is ,het herstel van den text der autores classici'.

Dat is hun leven, hun wezen; lezen en nog eens lezen; lezen naar de quantiteit, lezen naar het metrum; lezen niet om het begrip der zaak, want dat zou ze tot denken noodzaken, en dit is eerder eene functie van den homo sapiens; lezen met het heerlijke verschiet, dat hun uit de gele vellen van een Codex chartaceus toelacht, ééns het koor van Sophocles x, vs. y—z van alle metrische fout te zuiveren, ééns te bewijzen dat fragment zooveel van Eupolis in een verloren stuk van Aristophanes thuishoort. — Grieksch is hun God, palaeographie hun verlosser, corrupte plaatsen hun steen des aanstoots. — Zoo leven ze voort, onder elkander, debiteren conjecturen, debiteren Uyen over conjecturen, zijn verzonken in stomme bewondering over de Canones Dawesiani; over Porsonus, over rich zelf. — Gelukkige Philologen! O waart gij bijeen, alleen in een gewest, waar geen sjouwer uwe gezienheid, geen factice maatschappij uwe werkzaamheid, geen herinnering aan uw menschelijk element uw streven naar dat betere, dat hoogere doel zou verhinderen, dat doel om van conjecturen-smid eens conjecturen-machine te worden. Maar ach! Al kondet gij ook uit duizend manuscripten bewijzen dat o en a steeds verward worden, uw Cobet is geen Cahet, uw metrisch-palaeografisch Icarië is nog niet ontdekt". „Maar" — gaat de schrijver voort — „bij die ontdekking zou de philoloog rich ook niet gelukkig voelen. Hij leeft immers van corrupte plaatsen".

Toen Willem Kloos, een dertig jaar later, vol verwachting zich zette op de Amsterdamsche college-banken (in 1880), was de toestand nog niets veranderd. Ook toen was het de grammatica om de grammatica, en voor een verheffend literatuur-onderwijs was men er aan het verkeerde adres. Kloos verveelde rich op de colleges waar de autores classici werden gelezen, bezocht ze maar kort en bleef toen weg, voorgoed. En toch had hij een groote liefde voor de klassieke letteren. In een artikel „Iets naar aanleiding van Lina Schneider's Frauengestalten der Griechischen Sage und Dichtung" (Spectator 1880) ^ heeft de twintigjarige rijn ervaring meegedeeld; we leeren eruit waarom hij de colleges loopen liet: „De aankomende ornatissimus, die het gymna-

1) Ook in Veertien Jaar LU. Gesch.

Sluiten