Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze regelen van Kloos zijn geen dichterlijke frase maar de zuivere waarheid en ze gelden voor alle Nieuwe-Gidsers, de schilders zoowel als de schrijvers, voor Kloos zoo goed als voor Van Looy; voor Van Deyssel, als voor Herman Gorter, voor Bauer zoowel als Breitner, voor Isaac Israëls als voor Vincent van Gogh. Laat ik dit nog mogen verduidelijken door een verklaring van Kloos zelf. Kloos heeft zich n.1. )| eens verzet tegen de zooeven genoemde dwaling1), toen een kriticus II] van Het Vaderland had geschreven: „vele jaren hebben de dichters in trotsche eenzaamheid ver van de wereld geleefd: alleen met hun ziel onder de blauwe oneindigheid, zooals de leuze der Tachtigers was". Kloos ontkent dit. De dichters van Tachtig zaten niet „in ivoren f torens" en de uitdrukking „alleen met hun ziel" beteekende niets anders dan een zich gelaten afwenden van de literaire clubs en cote-1 rieën dier dagen, die in hun tamelijk zelfvoldaan rhetoriseeren, in hun! spelen met de geijkte vormen, de Tachtigers stelselmatig op een afstand hielden, omdat deze hun eigen gang wenschten te gaan. „Maar van bet leven hielden zij daarom toch wel degelijk zooals zij dit thans nog evenzeer doen; en zij gaven dan ook in hun werk, het leven zelf, [ en wel de eenen het leven van hun de werkelijkheid doorleefd en doorleden hebbende ziel, de anderen de onmiddellijke werkelijkheid zelve, zooals zij deze aanschouwd en onderzocht hadden, of de werkelijkheid van het Verleden, zooals die hun door degebjke studie als een levende wereld aanschouwelijk worden ging. Het voortreffelijkste en zuiverste reabsme dier dagen werd juist door de Tachtigers gegeven, want om niet eens van de prozareabsten onder hen, die toch ook behoorden onder de „voortrekkers": van Deyssel en Erens, Netscher en Ary Prins, Aletrino en Delang te spreken, ook de poëzie van de besten hunner kwam voort uit het leven en blijft eruit voortkomen, omdat zij menschelijk is doorleefd en doorleden en gevoeld. Zij is niet reabstisch in den gewonen zin des woords, geen tooneeltjes uit het daagbjksch leven worden erin geschilderd, maar zou men zulke enge grenzen om de dichtkunst willen trekken, dan moet men b.v. den verdienstelijken Francois Coppée als den allerbesten, den eigenlijk eenig waarachtigen dichter van alle tijden stellen, doch dit is nog door geen enkel sterveling gedaan, die zich in het bezit van eenigermate objectieven kijk op de literatuur verheugt".

Een ander misverstand hangt onmiddellijk hiermee samen: een ver- \

1) N. Gidi, 1920, 283 vlgg. naar aanleiding van een artikel van den heer Hen drik van der Wal, in Het Vaderland.

Sluiten