Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoofdstuk VI — DE SCHEURING VAN 1893 HISTORISCH VERKLAARD

Donker-woest heeft toen gelaaid mijn Inbrand, Die nooit valsch of laag door 't leven schuivend Zijn binnenst Hart noch buitenst Doen door

schijnglans heeft verfraaid.

Binnengedachten, DCXII N. G. 1931, II, 64.

MET een onderzoek naar de feiten, twisten, rancunes en animo siteiten waarvan deze sonnetten (de „Scheldsonnetten") de onverkwikkelijke kroniek zijn, kunnen noch Willem Kloos noch de literatuur gebaat zijn. Ook als document humain zijn deze verzen vrijwel waardeloos, daar rij minder de karakteristieke uitingen van een persoon dan wel het gevolg eener tijdelijke geestelijke aberratie zijn, waarvoor men bijzonderheden kan vinden in van Eeden's ,Happy Humanity'". Zoo schreef Dr. Donkersloot in rijn „De Episode van de Vernieuwing onzer poëzie (1880—'94)". Deze algemeen gedeelde opvatting wil ik trachten te weerleggen. De zal aantoonen dat Donkersloot rich hier veel te sterk uitdrukt, dat met zulk een onderzoek Kloos en de hteratuur wèl gebaat zijn en men verkeerd zou doen zijn licht op te steken bij van Eeden's Happy Humanity. Zoo zal opnieuw blijken dat men over zaken en personen niet billijk kan oordeelen wanneer men er niet alles van weet.

De scheuring van 1893 is een diep ingrijpende gebeurtenis geweest, welke den mensch Kloos in zijn fundamenten heeft geschokt en meer dan alle spot en tegenwerking van de oudere generatie heeft geleid tot een grimmig-wantrouwende ongenaakbaarheid. Arglistige machinatiën van medestanders kwetsen méér dan de openlijke hoon en het onverstand van beden uit het vijandelijke kamp!

Van den beginne af was de redactie slechts homogeen in den gemeenschappehjken strijd voor nieuwe cultuurwaarden, de eensgezinde bestrijding van oude vormen en toestanden. Zoo konden aan het zelfde tijdschrift meewerken een subjectivistisch woordkunstenaar als Lodewijk van Deyssel en een Marxist als F. van der Goes. Maar nog

Sluiten