Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat als mogelijk aan te nemen, hoezeer ik ook, als wij ons in een hooger orde van redeneeringen zouden verplaatsen, die mogelijkheid in beginsel, wijsgeerig, ontken. Maar neem nu aan dat de meerderheid, let wel de meerderheid van alle menschen, over honderd jaar zoo ontwikkeld is als nü de socialistisch gezinde onderwijzers, leiders der soc. partij, enz. Meer kunt ge toch niet veronderstellen. En laat dan die meerderheid beslissen tusschen twee schilderijen, twee gedichten, twee muziekwerken. Gij móet toegeven, dat zij het slechtste zullen kiezen, dat zij het fijne, het hooge niet zullen begrijpen. Laat nü duizend menschen als de heer Fortuijn1) kiezen tusschen een gedicht van Kloos of Gorter en eene vertaling der Marseillaise door een kermisprent-bij-schrift-dichter. Zij zullen het laatste kiezen, nietwaar?, nietwaar? Zij zullen het laatste mooijer vinden, omdat zij niet eens weten wat het begrip mooi beduidt, omdat zij het juiste begrip van het woord mooi trouwens een overbodige luxe in de hersens zouden vinden. Zij zullen Kloos' en Gorter's gedichten zelfs leehjk, afschuwebjk vinden, al was het maar alleen omdat die Hooge Literatuur zijn en alle Literatuur gebaseerd is op bet begrip der Persoonbjkheid, in tegen-stelling tot de Gemeenschap. Hebt gij niet gelezen dat Bellamy uitdrukkeUjk zegt, dat Dickens zoo'n groot en. lezenswaardig auteur is niet om zijn bterair talent, maar omdat hij zooveel medebjden zelf had en bij anderen heeft gaande gemaakt met de armen onder de menschen. Hoe is het mogehjk, dat gij, mijn vriend, dien afgrijselijken^ volzin hebt kunnen vertalen en dus helpen verspreiden, dien volzin, die het meest essentieêle protest tegen de Kunst bevat!".

Van der Goes antwoordde met een knap geschreven, omvangrijk betoog, vol haat tegen het Kapitahsme en zijn uitwassen en vol hefde voor het socialisme, dat door een beter geregelden Arbeid een rechtvaardiger maatschappij brengen zou, waarin tevens ook de levensvoorwaarden voor de individuen gunstiger zouden zijn: „Individualisme, de leer dat iedere individuabteit in de wereld zoo veel mogelijk gerespecteerd moet worden, Individualisme, de zorg voor de onafhankehjke ontwikkebng van ieders beste eigenschappen, Individuabsme, de Üefde voor het groote en hooge in de menscheziel, Individualisme, de erkenning van het Persoonlijke, de lof van het bestierendmenschebjke, de eerbied voor het buitengewone, Individualisme kan alleen waarbjk bloeien en verwezenbjkt worden in eene socialistische maatschappij".

In den zelfden jaargang (1891, II, 160) plaatste Kloos, die totnogtoe \ 1) Een Kamerlid van de S. D. A. P.

Sluiten