Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

As chaste, as nearly so, as Potiphar's; And good, good mothers, who would nse a child, To botter an intrigue, good friends, beside, (Very good) who hung succinctly round your neck, And sucked your breath, as cats are fabled to do By sleeping infants. And we all have known Good critics, who have stamped out poet's hopes; Good statesmen, who pulled ruin on the state; Good patriots, who, for a theory, risked a cause; Good kings, who disembowélled for a tax; Good popes, who brought all good to jeopardy, Good Christians, who sate stül in easy chairs, And damned the general world for standing up. — Now, may the good God pardon all good men! —

Opmerkelijk is het, dat voor Kloos, die de verschijnselen van bet leven denkend trachtte te bebeerschen, het aesthetisch Gevoel voorloopig nog den doorslag gaf. Zoo kwam hij er toe, het beeld te schetsen van een toekomstige wereld, waarin, naar de leer van Schelling, niet i door het denkend verstand de nuttigheid, maar door het gevoel de schoonheid tot hoogste en alles beheerschende levensmacht werd verheven: „Maar Schoonheid," zal men zeggen, „wat is dan toch wel die Schoonheid, waar men alles naar moet afmeten in dit leven, dat zoo leehjk is, Schoonheid is een weelde," zoo hoor ik ze spreken, „Schoonheid is een uitsondering, het erfdeel van enkelen, die worden artiest genoemd, maar waar de groote massa niet aan heeft." Laat mij t n dan maar zeggen, en overweegt zeer ernstig, wat de Schoonheid is. „Schoonheid is het leven in zijn fijnste essence, 't Leven-leven zelve, f het opperste Leven, vlekkeloos zuiver en heerUjk-intens overgehaald uit het alom-leven, herhaalde malen, door de lijdende menschheid in haar bloedige worsteling, om te volvoeren den Wil van het Leven, om zich geheel en al bewust te worden in het diepst, in het innigst, in het waarst van haar wezen, in God. 't Zijn was niet (Kloos bedoelt: het was niet als bewustheid aanwezig), maar het Zijn is geworden, is wordend voortdurendhjk, omdat God zich wou weten, wil weten sich zelf, en wij allen die spreken en handelen in 't donker, zijn slechts zoo vele verlorene atomen in Gods groote worsteling, en de eeuwigheid der tijden van den eeuwigen werelddroom is een illusie te meer in 't Heelal van illusies, noodig voor 't Absolute om zich zelf te zien. Schoonheid U l>«t Iavmi hi ™n waarste beteekenis. waar het leven toe worden zal

Willem Kloos. 5

Sluiten