Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik meen dat Kloos, als bij toen nóg meer filosofisch was geweest, de noodzakelijkheid van religie, in casu het christendom, zou hebben ingezien en zich minder scherp zou hebben uitgelaten *).

Immers hij weet thans zeer goed, dat betreffende hun houding tot het Onzienlijke, er altijd twee soorten van denkers zullen zijn: de eene soort voor wie de Natuur en de Historie de bronnen zijn, waaruit zij met het critiscb onderscheidend en samen-denkend begrip de Waarheid trachten af te leiden, d.w.z. de Eenheid, waaruit al bet bizondere kan worden begrepen en die al het bizondere omvat. Dit rijn de metafysische wij sgeeren, die telkens weer anders en telkens weer dichter het Onkenbare benaderen.

De andere soort, dat zijn de godsdienstige, in het bijzonder voor ons Westen de Christelijke denkers, voor wie de openbaring der Evangebën de voornaamste bron zal blijven. Zij vinden geen bevrediging in een uit het menschebjk begrip voortvloeiende metaphysiek. Zij staan nog om zoo te zeggen op een naïef, een dichterlijk en gemoedelijk standpunt, zooals de primitieve mensch, en zoeken voedsel niet zoozeer voor hun begrip als wel voor hun gevoel en hunne verbeelding, wat zij dan vinden in een of andere godsdienstige leer, voornamelijk in een der edelste vormen van geloof, het Christendom 2). Wie van deze twee soorten bestemd is, de meeste volgelingen te tellen is niet twijfel» achtig. Uit den aard der zaak kunnen slechts heel weinig menschen leven op de eenzame hoogtoppen van metaphysische bespiegebng en bezinning. Voor de groote menigte, uitgezonderd de ware kunstenaars en de reinen van hart, die, vol piëteit voor het Leven, gelaten afwachten wat het lot hun brengt, is godsdienst het ware middel tot verheffing, waardoor zij wel niet leert begrijpen, maar dan toch in zekere verwijderde aanraking komt met de Waarheid van het Onzienlijke, die in zinrijke verbeelding tot haar spreekt en rich gevoelen laat. Of de vrede en troost, het vertrouwen en de zekerheid in bet leven voor de groote massa op den duur buiten godsdienst kan gevonden worden, door kunst of door een of andere materialistische ideologie, b.v. de

1) Zijn standpunt is later ook wel gewijzigd; zie o.a. Letterk. Inc. en Verg. XVI, bis. 146 en Nieuwere Lit. Gesch. III. 19, over Arthur van Schendel's Drogon: „Want het Christendom moge dan geenszins geweest zijn zooals Christus het zelf verlangde en predikte, veel schoonheid heeft het gegeven en zeer veel heeft het gedaan voor de verdere ontwikkeling van den nog altijd in zijne diepte onpeilbaren menschelijken geest".

2) Zie ook Bolland (en Hegel), Zuivere Rede, 661—63 vlgg.

Sluiten