Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op zijn zachtst genomen was het dus van Van der Goes een beetje voorbarig, om reeds vóór het tijdschrift-jaar om was, zijn best te doen om de literaire rubriek te „verzekeren", op grond van de feiten dat de redacteur-secretaris (Kloos) „het tijdschrift ernstig in gevaar bracht" *) en hij, Van der Goes, „den ondergang van het orgaan niet werkeloos kon aanzien" 8). Den ondergang? Ernstig in gevaar brengen? Zoolang geen andere bewijzen worden aangevoerd, is van Van der Goes* redeneering niets te begrijpen. Nog in het zelfde jaar 1892 immers, toen Van der Goes zoo druk in de weer was om Kloos op rij te zetten (want dit was, zooals we zien zullen, zijn doel), begon deze in de N. Gids van October '92—93, een reeks gedichten te pubhceeren. Van een kwijnenden toestand van het tijdschrift was geen sprake. Het overzicht van den rijken inhoud toont het duidelijk aan. Ook hadden de socialisten en hun geestverwanten alle vrijheid om zich uit te spreken. Het blijkt als men de jaargangen sinds 1885 doorbladert. Inderdaad, het geheele boekje van den heer Van der Goes toont wel een groot gebrek aan preciese nauwkeurigheid.

Hoe Van der Goes met zijn poging tot „redding" van het tijdschrift

Aan den Heer Frederik van Eeden door Lieven Nijland; Jeugd door L. van Deyssel; Van een Groote door Jac v. Looy; Na-jaar door Delang; Socialisme door L. van Deyssel, Studie* in Socialisme II door F. van der Goes, (55 bis.); Zeedijk door F. Erens; Melodie en Gedachte door Alpbons Diepenbrock; HoUandtche Teekenaar* door Jan Veth; Iets over Jules Chéret door Jan Veth.

Tweede Halfjaar: Harold door Ary Prins; Van het Tooneel door C. F. v. d. Horst; Erugge door Jac. van Looy; Anaxagoras of over de smart door Ch. van Deventer; De Duitsche Socialisten en de Oorlog door F. van der Goes; Boekbeoordeelingen door Ch. van Deventer; L. van Deyssel, Fr. Erens; Armenzorg door P. L. Tak; Vorst-zonnen door Delang; Zonnebegin door Delang; Socialistische Aesthetiek door F. van der Goes (tegen van Deyssel); Kunst door Jan Veth en Roland Holst; Het Vraagstuk van den Krant door Ch. van Deventer; La Conquête du pain door F. J. Uildriks; Nederlandsche Politiek door P. L. Tak; Koediefje, Ziele-bewegen door Delang; Dragamosus door Ary Prins; Gedichten in Proza door Fr. Erens; Een Sociaal Weekblad door Fr. van der Goes; Het Goudvischje door Fr. van der Goes; De Slag door Dr. G. van Vloten; Het beginsel der Psycho-therapie door Fr. van Eeden; Filozofie door Delang; Eigendom en de maatschappelijke deugd der zedelijkheid door Wibaut; Het tegenwoordig standpunt der crimineele anthropologie en der toerekenbaarheid door Dr. A. Aletrino; Zieke Print door Delang; Anaxagoras door Ch. van Deventer; Gekken door Jac. van Looy; Dragamosut door Ary Prins; De Processie door Fr. Erens; Wind door Fr. Erens; Melodie en Gedachte door Alph. Diepenbrock; Bleek Mietje door G. K. van den Bosch; Voor een lief Meisje; Voor een ernstig Meisje, door G. v. d. Bosch; Kunst, door Jan Veth.

1) Brief aan van Deyssel, sie Litt. Her. bis. 58.

2) t.a.p. bis. 56.

Sluiten