Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik, ik, die heerlijk door de es tijd koom zweven, Licht aan de zoomen van mijn kleed vergulde. Diep van de glorie van een droom vervulde, Wonder mij zei ven in dit wond're leven,

Ik, die dees aard nat maakte met geween En heel de lucht van mijn geschrei vervulde, Sterf thans in koude, schoone droomen heen, Licht-loos, in kleederen van licht gehulde.

Zelfverheffing; inderdaad, maar eene, waarover de schaduw van de wanhoop valt.

DE JAARGANG 1893—'94

Christus na 't verraad en Ad Inimicos zijn slechts de eerste gematigde donderslagen die het bliksemende onweer voorafgaan. Bij 't begin van den nieuwen jaargang 1893—94 *) blijkt Kloos Van der Goes als mede-redacteur te hebben geschrapt; — hoe kon hij ook met hem samengaan na hetgeen gebeurd was — en Van Eeden en P. L. Tak stonden niet als medewerkers vermeld. Maar meer opschudding en ergernis verwekte de inhoud van de aflevering: ze werd geopend met een sonnet Zelf-beuiustzijn, een boonend-spottende oorlogsverklaring aan zijn belagers.

Ik zal u allen, rakkers, op de bil maar Zoo even meppen, knaapjes, die daar gooit Naar 't Hoog Gebouw....

In het najaar van 1893 kwam het tot een uitbarsting, met de snel* en felheid van een electrisch-geladen hagelbui. Heeft Kloos vermoed wat Van der Goes tegen hem in het schild voerde? Begreep hij dat het dezen te doen was om hem af te zetten? Zeker is, dat Van der Goes in October bezig was, den grond onder Kloos' voeten te ondermijnen. Want den 2en November heeft Verwey hem geantwoord, dat hij het

1) De eerste aflevering moet te laat verschenen zijn. Gewoonlijk verscheen die den lstea Oktober, maar er komen sonnetten in voor van Kloos, gedateerd 23 en 24 Oktober, soodat ze niet eerder dan begin November kan zijn gekomen. Van der Goes schrijft dan ook: „toen de eerste aflevering van den jaargang 1893—94 einde Oktober of begin November was verschenen" (Lit. Her. bl. 53).

Sluiten