Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deed de maat van ergernis bij Kloos' tegenstanders overvloeien en bet was de actieve Verwey die thans doortastende maatregelen wenschte. Hij met Van der Goes, die door Kloos waren ingebcht omtrent zijn redactieplannen, trachtten hem tevergeefs tot andere inlichten te brengen, weien er vergeefs op, dat zij als mede-eigenaars tegenover de aandeelhouders verantwoordelijk waren1) en het tijdschrift zijn abonné's verbezen ion. Tóen, eind April '94, besloten rij in overleg met den uitgever Versluys, iclf de koe bij de horens te vatten en, buiten Kloos om, een eigen aflevering samen te stellen. Reeds hadden zij de copie bijeen en had Verwey ie den 27en April op de drukkerij bezorgd, toen op 't laatste oogenbbk het plan van Verwey, Van der Goes en Van Eeden verijdeld werd. Want den 28sten haalde Tideman de copie weg van de drukkerq en met medewerking van Versluys, die door een gesprek met den omgedraaiden Van Eeden tot een andere meening was gekomen, kon zoo de eerste aflevering verschijnen van „iïe ticeede reeks der Nieuwe Gidsjaargangen" onder redactie van Kloos, Boeken en Tideman. „He troost me dan, geweld te keeren met geweld" kon Kloos Lucifer nazeggen, toen deze rijn Apolkon volmacht tot ingrijpen gaf. Zoo verschenen in de Mei-aflevering van 1894 dus verschillende stukken welke de medewerkers aan Verwey voor een anderen Nieuwen Gids hadden afgestaan *). Een van de merkwaardigste stukken hiervan is Een Gezicht van Jac. van Looy, oorspronkelijk „Een Tuimel" getiteld. In den bundel verzen die Mevrouw Titia van LooyVan Gelder na den dood van haar man heeft uitgegeven, ontbreekt dit. Vier terzinen, elk met drie gebjke rijmen, worden door een tweeregebge strofe met paarrijm besloten; deze 14-regebge combinatie herhaalt rich negen maal en het geheel vindt zijn afsluiting in twee terzinen. Van Looy schreef het in Meersen, 19 December 1893. Het is een weidsch vizioen. Kloos zit als een God ten troon:

Tii kalme majesteit Waakten zijn wondere oogen; der oneindigheid Gelijk van eenen hemel waar het licht voor güjdt over P. Tideman, die aan den anderen kant van de vaart, met vrouw en kind eveneens een vüla had. De redactie kon elkaar dus dagelijks ontmoeten.

1) Want ook zij hadden, evenals Kloos, vóór de stichting van De If. Gids, van vrienden en bekenden eenig geld weten los te krijgen.

2) Dat de inzenders verontwaardigd waren, is te begrijpen. In het Weekbl. de Amsterdammer -rnn den 13en Mei hebben Dr. Ch. van Deventer, Jac. van Looy en L. van Deyssel hun scherpe protesten, gericht tot P. L. Tideman, gepubliceerd.

Sluiten