Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wie ben ik, dat ik teegen U zou roemen?

Wie pleit mij van der boogmoed zonde vrij?

Verteederd is mijn hart, mijn bppen beeven,

Hoe vluchtig is ons nietige bestaan!

Laat m'eenmaal nog mijn vriendenhand U geeven —

Wij waren beiden offers van den Waan —

Hoe hebben wij gedoold, gehefd, geleeden! Nu staan wij beiden aan des grafkufls rand. Vergeef wat U mijn woorden lijden deeden. Tot weerziens dan — in 't beetre Vaderland.

Het kon niet anders of de tweedracht moest het tijdschrift schaden, al deed Kloos zijn best, de vlag hoog te houden. In zijn Inleiding tot de bewuste tweede reeks der Nieuwe-Gids-jaargangen bchtte hij het pubbek in omtrent het voorgevallene; hij deed het op zijn manier; voor de buitenstaanders de onverkwikkelijke tweedracht omsluierend, scherp-ironisch-minzaam voor degenen die in de zaak betrokken waren. Hij Uet het voorkomen alsof de meerderheid van de oude redacteuren zich teruggetrokken had, omdat zij ons land beter op een andere manier van haar gewichtige diensten kon laten genieten: „De redactie van De Nieuwe Gids ontbond zich vriendschappelijk en bet aan den oprichter en eersten ideeën-aangever de plaats, die zij wisten dat hem rechtens toekwam: het opper-bestuur over den toestand, door hem altijd voorzien en voorzegd en gedreven met hun lofwaardige hulp en onwaardeerbaren raad".

Het spreekt vanzelf dat dit een „pose" was, want Kloos lééd onder de scheuring. De tegenstanders zagen nu van verdere pogingen af. Verwey en van Deyssel stichtten ba het zelfde jaar een nieuw orgaan: Het Tweemaandelijksch Tijdschrift. De verzwakte Nieuwe Gids ging over aan den uitgever Van Looy, en, nadat het enfant terrible Tideman de redactie weer had verlaten, werd ze voortaan geleid door Kloos en Hein Boeken. De bruisende, stormende bergstroom van de jonge beweging was in het gebied der vlakten afgedaald en had zich na bevruchtende overstroomingen, in rustiger-vloeiende rivieren vertakt. Er is niets dat tien jaren nieuw bUjft; ook De Nieuwe Gids niet. Zij bad met haar overwinning op de oude dichtschool haar taak volbracht en mocht weldra om rich heen de vruchten zien groeien uit het zaad, door haar onder moeilijke omstandigheden uitgestrooid. Dat ze door twisten ten onder ging, zooals wel eens beweerd werd, is niet

Sluiten