Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

elkander hartelijk genegen, al mochten zij elkaar daarna bij Van der Valk's langdurige uitlandigheid, slechts zelden ontmoeten. In de eerste Nieuwe-Gids-jaren was zijn ateber een van de verzamelplaatsen van de jonge schrijvers en schilders. Daar kwamen o.a. Breitner, Witsen, Karsen, Isaac Israëls, Jan Veth, Jac. van Looy, en ook Kloos, Diepenbrock, Hofker. „Er werd gephilosopheerd, gedebatteerd en soms ook gebanketteerd tot laat in den nacht" 1).

Kloos deed Van der Valk voelen wat poëzie was. De herinnering is voor hem onvergetelijk: „Een stille maandoorhchte avond voor een open raam boog in een huis aan den buitenkant der stad en Kloos mij voorlezend enkele van zijn eerste verzen. Toen is voor mij het eerst het wonder gebeurd, te weten wat een dichter is, wat taal is, hoe woorden kunnen zijn muziek" 2).

Frits Hopman heeft den schilder bezocht toen hij 70 jaar was geworden. Hij beschrijft hem als een man zonder eenige pose, van ongekunstelde distinctie: „Er leeft geen eenvoudiger, bescheidener man op aard, dan deze kunstenaar." 3) Geen wonder dat Kloos zich tot den jeugdvriend uit wien zulk een mensch was gegroeid, sterk voelde aangetrokken, en gaarne artikelen van hem opnam, welke verschenen onder bet pseudoniem J. Stemming, een naam dien hij opzettelijk gekozen had, „omdat met het woord stemming zoowel de nog jeugdige dichtkunst als de volwassen schilderkunst door pubbek en kritiek werd gebrandmerkt" *).

Van der Valk, aanvankelijk een impressionist met breeden toets, later schilder, etser en aquarelhst van de strakke, rake lijn, den onfeilbaren ommetrek, zuiver en bezonnen, beschouwde eerlijk en echt te zijn als een eersten eisch voor den kunstenaar en deze les prentte hij in aan zijn leerlingen, de etsers P. Dupont en G. G. Haverkamp. Heel mooi typeerend, ook voor hem zelf, is wat hij schreef in zijn inleiding „Bij het werk van G. C. Haverkamp":

„Wat de waarde van een kunstenaar uitmaakt is de zuiverheid van bedoelen, die zijn werk zet op een hooger plan ver boven alle roem en geldbejag, is een vast en onverzettebjk streven naar volmaaktere uitdrukking van wat naar zijn innerlijke overtuiging het

1) Mededeeling van Van der V.'s vriend, B. A. Wierinck, N. Rott. Courant, 16 Dec. 1932.

2) N. Gids, Mei 1929, bis. 588.

3) N.R.C. 16 Dec. 1927, Een onderhoud met M. W. van der Valk.

4) Hein Boeken, N. Gids, 1917.

Willem Kloos. 7

Sluiten