Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jongensjaren. Een voortreffelijk en vermakelijk opstel van zijn hand: „Willem Kloos als Vriend" kan men vinden in De Nieuwe Gids van Mei 1929. Uit dit geestige stuk, dat de sfeer van het Amsterdam van omstreeks 1880 zoo levendig weergeeft en zoo rijk is aan aardige bizonderheden over hun schooltijd, hun studentenjaren, hun samenkomsten met schilders en kunstenaars in de café's of op de eigen kamers, heb ik hierboven al iets aangehaald. Ik mag naar bet artikelzelf verwijzen en bepaal mij tot de beschrijving van het feestmaal ter eere van Verlaine:

„Wij waren allen vol spanning. De drie grootste dichters die er leefden, Willem Kloos, Verlaine, Herman Gorter zouden elkaar ontmoeten. De vriendelijke en zachtaardige Verlaine, die een verleden achter zich had en daarom gehoond of genegeerd werd door de officieële kunst-bonzen met hun officieele botheid en bekrompenheid, was het voorwerp van een uitgezochte en dankbaar genoten huldebetooging. Ik heb tranen over zijn wangen zien vloeien, toen bij Couturier in Amsterdam, het geheele pubhek, zonder voorafspraak, zwijgend en geruischloos oprees bij zijn binnentreden. Hij aarzelde even en keek om, alsof hij niet begreep, dat het hém gold en meende, dat achter hem pas de gehuldigde moest binnenkomen. Dat was den armen verschoppeling — pauvre Léhan — nog nooit overkomen en zijn gevoelige ziel te machtig. En toen ik hem later op het ateber van Willem Witsen en Isaac Israëls, waar hij ook als de Prins die hij was, werd ontvangen en op het ateber van PhiHp Zilcken in den Haag, naar zijn bevindingen vroeg, kwam hij daar telkens op terug. Ja, ook op de heerlijke Skidam. Want de vroobjke noot ontbrak geenszins! Ook niet op het diner, dat hem aangeboden werd in den Haag bij Riche .... Daar zaten Verlaine en Willem naast elkaar aan. En nu hadden wij er ons allen op gespitst toe te zien en vooral te hooren hoe de beide genieën rich tegenover elkaar zouden gedragen. Precies kleine kinderen .... En, om geen woord van de Godentaal te missen, werd er hardnekkig gezwegen en ebt eenigszins luid-gesproken woord door gesis onderdrukt. Dat was een hard gelag vooral voor den armen Royaards die zich — heel begrijpelijk, want hij had een mooie sonore stem — gaarne zelf hoorde, zoodat er een geweldige opschudding ontstond toen hij luid begon te spreken en door een der anderen, een berucht heethoofd, uitgenoodigd werd „eventjes mee naar het Buitenhof te komen en het voor mekaar te boksen". — Maar Royaards had groot gelijk, om zich niet aan het consigne te storen, want de heele bijeenkomst begon op een begrafenismaal te gebjken of ook wel op een wedstrijd van kanarievogels. Iedereen

Sluiten