Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te stellen of op te dringen, intiem-verstandig-goed voor me geweest" (Lbr. 561).

Nadat Witsen gehuwd was met mejuffrouw Betsy van Vloten, en zich bij Ede had gevestigd, was Kloos meer dan eens bij hen te gast. Toen Kloos met Jeanne Reyneke in geregelde briefwisseling trad, logeerde hij, sinds 1 Febr. 1899, een paar maanden bij zijn vrienden op villa Zonneberg. In Bussum terug, schrijft hij den 3den Mei:

„Ik heb aan Witsen geschreven om dat portret van me, maar ik hoorde niets meer van hem. Ik geloof dat hij het druk heeft en veel op reis is. Enfin, je krijgt het dan wel, als we een dagje bij hem zijn in Ede. Ik weet niet, of ik je al schreef, dat ze drie aardige jongetjes hebben, Pam, Erik en Odo, waarvan de oudste bijna vijfjaar en de jongste nog geen jaar. Betsy Witsen-Van Vloten is een zuster van Martha van Eeden-Van Vloten, maar Witsen en Van Eeden zijn geslagen vijanden en noemen elkander nooit. Het is goed dat je dit weet, vind je niet? Mondebng zal ik er je meer van vertellen, als je het weten wilt, dan leer je Van Eeden beter kennen".

Een humoristischen trek ontleen ik aan Aegidins Timmerman 1):

„Wim Witsen, de nobele, loyaal en royaal in alles, groot en donker — de Tijger noemde Fons Diepenbrock hem — die niet alleen alles voor zijn vrienden over had, maar zich zelf in de schulden stak om zijn vrienden te helpen en weldeed met een soort Amsterdamschen humor. Een voorbeeld. Toen hij later in Ede woonde en gehoord had, dat een paar arme oudjes hun geit — eenig bezit — verloren hadden, bracht hij den man een kilo tabak, waaronder een bankbillet verborgen was, genoeg voor drie geiten, met de boodschap: „Hoe meer je rookt, hoe eerder krijg je je geit terug". Hij zat toen den heelen dag te genieten van dat altijd dampende boertje, maar kon niet slapen, uit angst, dat de stakker onpasselijk zou worden; wat inderdaad gebeurde, 's Morgens gingen wij er samen heen. Maar de Tijger had tranen in zijn oogen, toen hij de blijdschap der oude menschjes zag". —

De persoonlijkheid van dezen fijnen aristokraat en debkaten schilder, die de zwaarmoedige Hollandsche nevel-atmosfeer zoo bef heeft gehad, is door niemand, voor zoover ik weet, beter geteekend dan door Lodewijk van Deyssel in zijn Gedenkschriften.

„In den nacht van twaalf op dertien April negentien honderd drieen-twintig is in het „Maria-Paviljoen" te Amsterdam overleden de schilder Willem Witsen. Een van de „mannen van tachtig". Met Breitner en Isaac Israèls een der groote figuren die in dien tijd jong 1) N. Gids, 1929, Hei: Kloos als Vriend.

Sluiten