Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van August Allebé, den directeur der Rijksacademie voor Beeldende Kunsten te Amsterdam.

„Willem Witsen heeft geschilderd, geaquarelleerd, geëtst en gephotographieerd". Van Deyssel vermeldt het laatste met opzet, omdat Witsens fotografieën die nooit gepubliceerd zijn, kunstwerken waren. Een van die foto's is het portret van Willem Kloos van 1893, met de band onder het hoofd en de vreemd starende oogen. Daarnaast zijn er twee prachtige zwartkrijt-portretten waarvan er één (eigendom van den heer P. Arntzenius) te zien was op de in November 1933 gehouden tentoonstelling van Witsens|werk bij de firma Van Wisselingh te Amsterdam.

„De genealogie zijner kunst vertoont de Franschen, Barbisonners en Impressionisten, èn de Hagenaars, als haar onmiddellijk voorgeslacht. Maar de donkergekleurde fierheid, in welke zijn ingeboren aard zich kon vereenzelvigen met het levensbesef, door zijn geest o.a. geput uit de Fransche letterkunde van 1880, waartoe behoorde een Tristan Corbière, „le dédaigneux par excellence" ", — die donkergekleurde fierheid — hij zelf, de uitschijning van zijn gelaat, met de tinten en trekken daarvan, wordt wedergegeven door het globale aspect van meer dan een zijner Londensche en Amsterdamsche etsen; — die donkere hoogheid, — gelijk een eeuwen-oude beukengroep laat in den avond — die duisterkleurige fierheid had een volstrekt Hollandsen cachet. Hij was iemand, zoo als, bijvoorbeeld, die donkerharige mannebjke leden der zeventiende-eeuwsche Amsterdamsche familie Blaeuw die men afgebeeld vindt op een der groote meesterstukken van onzen Bartholomeus van der Helst te Petrograd' .

Behalve zijn etsen, behalve zijn aquarellen uit Ede, behalve houtskool-portretten als dat van Willem Kloos (die in 1888 zijn beroemdsten sonnettencyclus aan Witsen opdroeg), heeft hij ook portretten geschilderd. Van Deyssel noemt er eenige van en maakt melding van eenige andere stukken die hij het mooist vindt.

„Ik heb Witsen, die mij eenige malen te Baarn bezocht, gekend omstreeks 1890 in zijn huis op den Overtoom te Amsterdam en later in zijn groote woning Oosterpark 82 te Amsterdam, die meer dan vijf en twintig jaar en tot zijn dood zijn huis is geweest. Dit huis, het eenige groote huis van die straat, is oorspronkelijk gebouwd voor een beeldhouwer. Omstreeks 1890 hadden zoowel Breitner als Isaac Israëls er hun atebers in. Ook heeft in een der jaren die zich om 1890 groepeeren, Willem Kloos het bewoond. In dien tijd was er echter een, door een, aan de andere zijde van den voorgevel zich bevindende voordeur te bereiken, zeer hoog gelegen, bovenhuis bij. Witsen heeft huis en

Sluiten