Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het mooie en bekende sonnet bij mijn eerste schilderij 1). Veel zijner goede woorden van toen zijn mij altijd bijgebleven, het was een groeizame tijd. Mijn vrienden hadden veel gelezen, ik las door hen en met hen, ook van buitenlanders reeds en ik kreeg boeken ten geschenke; van Kloos kreeg ik zelfs de volledige werken van Shakespeare, die ik nog bezit". En dan spreekt van Looy erover, hoe Kloos de middellijke oorzaak was, dat zijn eerste proza-opstel verscheen: Een dag met sneeuw, in het Decembernummer van De N. Gids van 1886. Hij bevond zich, toen de eerste aflevering van De Nieuwe Gids uitkwam, in Itabë.

Den 27sten December schrijft hij s) over een opstel dat in hem aan het groeien was, na een ontmoeting met een interessant mensch, een verloopen dokter. Het stuk is gereed gekomen en de persoon uitgewerkt tot de prachtige, navrant-tragische figuur in Gekken. In denzelfden brief zegt Van Looy gesmuld te hebben aan Kloos' kroniek over Schaepman: „Jouw artikel lees ik over, zooals ik al je artikels altijd overlees, dikwijls herhaaldelijk en herhaaldelijk; 't is bijna de eenige lectuur in De Nieuwe Gids die me lang bezighoudt, behalve' mooie gedichten o.a. ook. Waarom schrijf je me nooit? Is daar een reden voor, schrijf me die dan. Maar als je een avond met kletsen met anderen doorbrengt, kan je even goed eens aan mij schrijven .... Die bitterende zuilen is iets zoo verpletterends dat ik niet begrijpen kan, waar je zoo'n geestigheid vandaan haalt". —

In Januari 1887 zit Yan Looy in Burgos. Yan hier schrijft hij een brief aan „Wimpje" gedateerd 9 Januari, Zondagavond 1887, met een heel schilderachtige beschrijving van een kinder-begrafenis in de sneeuw, waaruit men reeds den grooten schrijver proeven kan.

Nog in 1929, toen Kloos 70 jaar werd, zond Yan Looy voor de Meiaflevering van den jubileum-jaargang een mooi sonnet, want hij was niet slechts prozaïst maar ook een ongemeen pittig dichter; het is een beschrijving van een herfstdag en draagt den titel: Voor Willem Kloos, den grooten dichter, den stichter van De Nieuwe Gids en onvermoeid moedigen strijder, bij gijn 70ste verjaring, van gijn ouden vriend Jac. van Looy.

Nog kort geleden heeft Kloos over Yan Looy geschreven8): „Vóór zijn harmonisch huwelijk was deze geheel en al oorspronkelijke kunstenaar en fijn-naïeve menschenkenner een zich vrijwel afgezonderd houdende figuur. Hij ging eigenlijk met niemand dagelijks om, zooals dit, daartegenover, met andere jonge kunstenaars wel het geval pleegt te

1) Eva (Sonnet IV, Verzen, Versluys, of Se druk Wereldbibliotheek).

2) Zie N. Gids, 1930, II. Brieven van Jac. yan Looy aan Willem Kloos.

3) N. Gids, 1930, I, blz. 209.

Sluiten