Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verzorgde uitgave bij S. L. van Looy bet licbt beeft gezien. Met dezen zeer bijzonderen schrijver beeft de heer G. H. Pannekoek Jr. in 1926 een vraaggesprek gehouden over de jongere dichters van 1920, waaraan ik het volgende ontleen ter karakteriseering van zijn verhouding tot Kloos x):

„De grondtoon van den dagelijkschen omgang met Kloos, Boeken, Witsen e.a. was er een van absolute kameraadschap en volkomen openhartigheid, die op klassieke wijze de waarachtige vriendschap ontluiken deden. We hadden alles voor elkaar over. Het was een onderling samentreffen van bijzondere karaktereigenschappen, die, als vanzelf, werden versterkt en gelouterd in den omgang met elkaar.

Van al deze menschen 2) was Kloos de centrale figuur; zóó was hij, niet door uiterlijk vertoon, maar in het bewustzijn van allen die hem kenden. Ik heb Kloos nooit anders gezien dan volkomen toegeneigd naar allen, die hij als vriend erkende. Hij was volkomen betrouwbaar in rijn vriendschap. Kloos was als mensch, als figuur groot. En zóó moet men hem zien, als men hem en zijn éénzijn met de Nieuwe Gidsbeweging begrijpen wil. Hij was uiterst fijn-gevoelig, voelde intuïtief welk vleesch hij in de kuip had. Kloos was in alle waarachtigheid geniaal, en zijn gesprekken deden iets in hem kennen, dat den ziener kenmerkt. Kloos heeft naar mijne meening zijn tijd gemaakt, d.i. geestelijk geordend. Hij is de man, die het stempel op den tijd gedrukt heeft en ook door de menschen van dien tijd als zoodanig erkend is. Trouwens, de verschijning van elke aflevering van De Nieuwe Gids was jaren lang voor velen in werkelijkheid een geluk en een opbloei van nieuwe verwachtingen. De Nieuwe Gids was een vreugde in Holland.

Kloos was onder zijn vrienden weinig spraakzaam; hij was een man, die uren en uren voor rich kon kijken en niets zeggen, maar niettemin was hij in de wereld van vrienden het middelpunt, de kern van dien kring. Pas weer las ik, wat ik het liefste doe, de levensbeschrijving van een groot man. De groote allures had ook hij. Maar vooral was hij, geestelijk groot, ontzaglijk door zekerheid van gevoel en de kracht van een innerlijke overtuiging".

1) Den Gulden Winckel, 1926, bis. 193 vlgg. * 2) Hofker noemt, behalve Kloos, Witsen en Boeken, Ch. van Deventer, Diepenbrock, Van Deyssel, Frans Erens, Van der Goes, P. L. Tak, Breitner, Israëls, Dysselhoff, Nieuwenhuis, Karsen, Bauer, Veth, Toorop, Roland Holst, Piet Tideman, Arnold Ising, Jac. van Looy, Gorter, Van Schendel, Frans Mijnssen en M. B. Mendes da Costa.

Sluiten