Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En dan ia er ten slotte Mr. P. Tideman te Haarlem, voor Kloos een vriend in moeilijke tijden, van wien vroeger al het een en ander ter sprake kwam, die, evenals Hofker, van de literatuur heeft afgezien en een beroemd advokaat is geworden.

Deze vrienden kwamen allen, zij het niet allen even dikwijls, dan toch geregeld bij Kloos aan huis. Vóór zijn huwelijk in 1900 woonde hij, na zijn studententijd, sinds 1896, in Bussum in Villa Parkzicht. Rijk was hij er niet geïnstalleerd. Zijn latere zwager Reyneke van Stuwe vertelt van een bezoek, toen hij met een paar vrienden een wandeltocht maakte en zij, in de buurt van Bussum beland, op den inval kwamen, een poging te wagen om den dichter dien zij bewonderden, van aangezicht tot aangezicht te zien; hoe de vrienden werden ontvangen door den weinig sprekenden gastheer en hij, R. van Stuwe, omdat er geen stoelen genoeg waren, op het bed had moeten plaats nemen.

Na hun huwelijk woonde het echtpaar Kloos in den Haag, Regentesselaan 176, op een bovenhuis, een tamebjk smal, maar nogal diep pand. Sinds 1926 is door een verbouwing het benedenhuis erbij getrokken en het aparte bijgebouwtje in den tuin is ingericht als boeken-magazijn, waar zich de philosophische, historische, rehgieuse, occultistische en de moderne Hollandsche, Fransche, Duitsche en Engelsche bibbotheek bevindt, benevens al het werk der Mannen van Tachtig, de Wereldbibhotheek, de Tooneelbibhotheek en zoo voort.

De bezoeker wordt ontvangen op de eerste verdieping, hij treedt de deur binnen en wordt het eerst door mevrouw Kloos begroet; bij den drempel van de ruime achter-suite, de studie-kamer, staat de dichter, kaarsrecht, vriendelijk glimlachend en steekt je snel en gul, met een paar blijde woorden, de hand toe, om je daarna te leiden naar een gemakkelijken leunstoel niet ver van den glazen raamwand. Het interieur van de woning, waar ook zijn beminnebjke schoonzuster, de romanschrijfster, Jacquehne van Stuwe, een paar kamers beeft, is ouderwets deftig gemeubeld. Er zweeft onder het bniin-berookt plafond een getemperd bcht, gedempt zijn ook de kleuren. Al heel gauw wordt een sigaar aangeboden en Kloos steekt er ook een op. In zijn stoel achteruit gedoken, luistert hij en kijkt je aandachtig aan met zijn eigenaardige hchtblauwe oogen; hij concentreert zich volkomen; geen woord ontgaat hem als je spreekt. Lees je hem iets voor van je werk, dan kan hij, terwijl hij droomerig voor zich uit staart, soms plotseling overeind schieten om een enkel woord nog eens weer te hooren en, te herstellen als het hem minder juist voorkomt. Zijn er

Sluiten