Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is, maar veel meer aan de muzikale ziebmitstortingen van groote buitenlanders denken doet, meer verwantschap vertoont met de poëzie van Von Platen, Heine, Verlaine, dan met die van Potgieter, Beets, Perk of Verwey en andere onvervalschte Hollanders. In alle geval achten we zijn kritische uitlatingen over onzen volksaard en de opmerkingen over zich zelf de moeite waard om er even bij stil te staan, omdat wij er Kloos beter door leeren kennen. Laten we daarbij met vergeten dat de man die hier kritiseerend zich afzondert, door zijn taalscheppingen meer voor onze nationale eer heeft gedaan dan velen die prat gaan op hun nationahsme, en verder bedenken dat, om van buitenlanders als Michelet en Keyserbng te zwijgen, tal van onverdachte vaderlanders, als b.v. Willem de Qercq, Da Costa, Potgieter, Allard Pierson, Busken Huet, Robert Fruin, de eigenschappen met hebben verbloemd, die Kloos zoo zeer hebben gehinderd. We putten uit de Brieven aan zijn verloofde (onbevangen uitingen van zijn indrukken en ervaringen):

„Je hebt sterkte-van-wil, maar buitendien een prachtige gemoedehjkheid. En die heb ik net zoo. Tegen de menschen in 't algemeen is 't maar beter, die laatste nooit te laten zien, want de meeste Hollanders missen haar heelemaal, en als ze haar in anderen opmerken, dan maken zij er zoo mogelijk misbruik van. Dat heb ik dikwijls ondervonden. De HoUanders zijn dikwijls droge en nuchtere menschen, heelemaal niet spontaan en met weinig fijn gevoel. Vandaar ook, dat onze nationale hteratuur altijd zoo onbeteekenend en saai en vervelend was in vergelijking met die van andere volken. Vergebjk bijv. de verzen van Bilderdijk, die toch op zijn manier een interessante en kranige figuur was, met die van zijn tijdgenoot Goethe! Daar valt Bdderdijk bij af als een ontwikkelde maar grove dorpeling bij een gemalen en fiju-beschaafden, steedschen mijnheer. En vergebjk den ingebeelden, schijnbaar kinderhjk-, maar inderdaad kinderachtig-gevoehgen Mul\ tatub eens bij Heine! Ik heb soms een beetje het land aan ons eigen volk, ^ want ik voel mij in temperament en in alles er eigenlijk met één mee. Ze zetten het mij dan ook dikwijls duchtig en sluw betaald, dat ik niet in alle opzichten een van de hunnen ben. O, wat heeft het nuj een moeite gekost (aldoor maar mijzelf uitsprekende in woord en daad met bedaarde wilskracht) om er wat boven op te komen. Zoowel 't pubhek als de kritiek vonden mij vreemd en antipathiek in t begin. Nu ga ik tweede drukken beleven, maar in den beginne, wel tien jaar lang, deed men niets dan mij béte en bruut uitlachen. Gelukkig heb ik ééne eigenschap van de HoUanders, die nuj te pas is gekomen, mijn

Sluiten