Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

soms komt de stemming het eerst, dan weder de fantasie. Hij zit aan uw tafel en ge meent dat hij een boterham eet, maar van die boterham weet zijn dieper Ik niet, want in hem groeit een haat of een befde, een verlangen of een droefenis tot een rhythme van kleurige woorden op, en hij gaat een eind verder zitten en schrijft, en steekt dan eerst het laatste stukje in zijn mond. Zijn gansche leven is als een partituur van stemmingen te beschouwen, stemmingen die hij ondergaande is, aan wier wording hij niets doen kan, waar zijn daaglijksch Ik buiten staat; en het eenige waarvoor hij te zorgen heeft, is dat hij virtuoselijk de muziek er van spelen leert.

En al die stemmingen, zooals ik zeide, zijn vergeluidingen en verbeeldingen van zijn eigen Ik. Hij ziet naar zichzelven en ziet zichzelven in allerlei gedaanten en vermommingen en toestanden, al naar zijn gevoel van het oogenbbk: als een heerscher over allen, een verlaten misdadiger of een armen en vernederden gek. Hij ziet naar anderen en zoekt in hen zich zelf weer, en beoordeelt hun woorden en gebaren en handelingen naar de bijzondere motieven van zijn eigen organisme, en maakt zich dan verbeeldingen van hen, die leebjk of mooi zullen zijn, al naar gelang zijn zucht naar overeenstemming tusschen hen en zichzelven minder kan bevredigd worden of meer. En de gansche natuur is hem slechts een symbool van zijn eigen Zijn in smart en in vreugde, en de gansche geschiedenis der menschheid één machtige illustratie van de groote sentimenten en daaruit gekristalliseerde gedachten, waaruit zijn eigen, rijk Wezen bestaat".

Wat er in Kloos geleefd heeft, toen hij de woorden vond voor zijn gedachten, wil ik thans nagaan door de gedichten op den voet te volgen en den algemeenen inhoud van elk afzonderbjk weer te geven, maar niet zonder er vergiffenis voor te vragen dat ik met alledaagsch proza heel in de verte een poëzie te volgen tracht, welke in debkate fijnheid en hevigheid van hartstocht nauwebjks haar weerga vindt. Maar bet doel is immers niet, haar schoonheid maar alleen haar gevoels-inhoudin-het-groot stuk voor stuk onder de aandacht te brengen. Het acuutlyrische karakter van de sonnetten zal ons op die wijze duidebjk worden; we zullen begrijpen waarom Kloos hierboven sprak van vliegende stemmingen', bet is omdat de inhoud van het eene vers dikwijls dien van het andere weerspreekt in verband met den telkens wisselenden gemoedstoestand van den dichter: het eene oogenbbk klein en kulpeloos-smachtend, het andere trotsch en oppermachtig in zijn kunstenaarsbesef, fier zijn kunstliefde belijdend of weemoedig neuriënd in

Sluiten