Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

17. „Ik heb U dit te zeggen, dat Uw naam"

Hier weer teederheid die zich omzet in trots.

Je naam zal onvergankelijk prijken, alleen door mijn gedichten, die beroemder zullen worden met den tijd. Je kunt niet van mij af, ik zal je keffen hoog, dat alle volkren je altijd zullen zien als een verdoemden brand in 't blauw. Want je bent valsch geweest, maar dat je mij in mijn groot hart doodebjk kon treffen, dat zal een eeuwige glorie zijn rondom je grauwheid.

18. „Nu dat zoo is, en ik, zoo doods-bedroefd",

Ik heb mijn leed geklaagd naamloos trotsck maar ook zoo doodsbedroefd. Wees nu genadig, wanneer ik daarheen ga waar allen komen moeten: Wees dan bij me om mij te steunen in bitterzoet medelijden!

Hier is de trotsche dichter een hulp-vragende smeekeling.

19. „Ik had zoo gaarn dit Boek in vreugd geschreven",

Een terugbbk: Ik had zoo graag dit boek in vreugd geschreven en met teere bevende kanden voor u de bloemen van mijn passie gespreid. Maar helaas, het is een boek geworden van hoogen trots en later zal men er in zien een rots van schrikUjke Ikheid met den dood als wapen. Maar dit is uwe schuld! — \A_ \)

20. Herinnering (2 gedichten): [ iMft/rHi-v »^ol,,r,~ „Laat mij nog eenmaal, in gedachten kussen"

Het Boek van Kind en God is afgesloten, maar het hart bbjft spreken, en de verbeelding voert de gebefde tot hem. De trots is weggesmolten in het vuur van het oude verlangen, dat éven, in begoocheling bevredigd wordt.

21. Herinnering II:

„En als zij nu weer kwam, en keek, en vroeg"

Hij stelt ziek voor dat zij terugkwam in berouw, en bef voor hem was. Het zou zijn om te breken — maar neen, het is voorbq: Wie Liefde was en wreedheid vond, moet sterven.

22. Dood-gaan (2 gedichten):

„De boomen dorren in het laat seizoen" J De gedachte aan den dood verlaat den dichter niet. „De boomen dorren in het laat seizoen, En wachten roerloos den nabijen winter". Ook voor hem is het leven gedaan, maar hij zal heerlijk in zijn vers herrijzen.

Sluiten