Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De lieflijkheid van de zachte rozen, wit en rood, doet hem geweldig aan in zijn schrijnende smart. Maar hij heeft ze voor anderen bestemd, die met hun liefheid zijn leven hebben verzoet; voor hem passen geen bloemen. Voor hem slechts zijn eenzaam bed, en wat stil treuren.

Zoo teer als de rozebladeren zijn deze weeke weemoedige rhythmen.

43. Herfstgeneurie:

„De blaren vallen zacht" .... Een bijna doffe gelatenheid.

44. Alle zeven:

„Met zeven nagelen lag Ik geklonken"

Zonderbng, wat de aanleiding tot een gedicht kan zijn: „Alle zeven" was het merk van een soort portwijn, dien Kloos waardeerde. In zeven droomen is hij verdronken geweest want zeven harten hadden hem bekoord, maar al de droomen zijn weer weggezonken in het Niet. Het is grootendeels een spebng van de fantasie, dit sonnet.

45. Een Leven. Aan Mau (= Maurits van der Valk, de bekende etser en schilder):

„Mijn stemming is als van een stilstaand water'. Een terugblik.

Hij weet nu dat der Muze wil zijn een'ge vreugd is. In de befde heeft hij zich zéér vergist!

46. „Al Liefde is als een spel van lucht en water".

De wijsheid die hij heeft opgedaan door zijn ondervindingen is, dat menschen menschjes Wijven en dat geen menschje een menschlijk Hart verdient.

47. Mijn haat:

„O, Visioen van opperste Adoratie,

Ziend op U-zélf in durende bid-stónde" ....

48. De Leugen1):

„Ik had een ijskoud Visioen van Leugen"

Een even sterk en hatend sonnet als bet vorige: „O, Mensch, die hegt met oog, met mond, met hand, Stokstijf in 't weef-werk van Uw slechtheid staande, —

1) De verzen 48 tot en met 55 staan in de N. Gids, jrg. 1889 II in een andere volgorde en twee treffen we daar niet aan: n.1. No. 49 en 50.

Sluiten