Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nadrukkelijkheid, drift en haast, passie, vastberadenheid, of iets anders; waardoor is niet altijd onder woorden te brengen.

Wanneer we eenigermate nauwkeurig over dit onderwerp willen spreken, dan dient voorop te gaan dat de indruk van het vers-rhythme wordt bepaald door verschillende factoren, n.1. le. het tempo, 2e. de plaatsing der accenten, 3e. hun intensiteit, 4e. hun toonhoogte, 5e. den klank der woorden, 6e. de rustpauzen en ten slotte (7e) ook door de enjambementen.

Bij de behandeling van eenige sonnetten in hun geheel zullen deze factoren straks ter sprake komen. Nu wil ik alleen iets zeggen van de punten 2 en 3. Vooraf herhaal ik dat het normale jambische vers voor Kloos de grondslag is, waaraan ik de opmerking toevoeg dat ik me gemakshalve bbjf bedienen van de termen: jambe, spondee, trochee en anapest, al hebben die namen bij de Grieken en Romeinen andere waarden aangeduid.

Kloos schreef me lang geleden over den vers-vorm van Shelley's Alastor, dat Shelley's vers niet volgens een stellig systeem was geconstrueerd maar zijn woorden in tegendeel zich gingen schikken naar de inwendige muziek, die in zijn onbewustheid voortdurend ruischte. „Vandaar de bevalhge onregelmatigheid" van Alastor, in tegenstelling tot het vers van Pope en Milton. Het zelfde is het geval met de verzen van Kloos.

We zouden nu alle verzen kunnen onderzoeken en het verzamelde materiaal statistisch kunnen verwerken. Dat bgt niet in onze bedoeling. Ons doel is alleen de voornaamste afwijkingen aan te wijzen en te laten zien hoe groot de verscheidenheid en hoe sterk de suggestiviteit is van zijn rhythmen. De vers-gevoebge en wetenschappelijkgeïnteresseerde die er lust toe heeft, mag deze beperkte onderzoekingen b.v. in een proefschrift verder uitbreiden.

I. Zeer frequent is de omzetting van de jambe in de trochee, vooral vooraan. De 2 eerste maten vertoonen dus dezen vorm: — —' •— —

Sonnet

2. Dan met een zachten gbmlach en een zucht

3. Ave Maria! ruischte 't door mijn ziele Al die müboenen gouden droppels vielen

4. Altijd die eene plek, waar de appel hing,

5. Over mijzelf en 't al, naar rijks geboon Joelt aan mij op en valt terug, gevloön

Sluiten