Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6. Alle geluid, dat nog van verre sprak Altijd maar luider, en niet rusten wil

7. Ik die mijn leven uit te zeggen zoek

9. Heerlijk mij keffend in den lickten kring Gij die nu voortaan aan mijn zijde gaat Leef in uw lichte droomen voort

11. Diep uit de nooit-doordringbare gewelven

Gij zijt het Aardsche Kind, dat dorst te schenden

12. Wee, om wat weelde en weidsche vreugden-schat Heil'ge, in zijn eigen glorie-licht gehulde.

13. O, dat ik haten moet en niet vergeten! O, dat ik minnen moet en niet vergaan!

15. Thans is het uwe beurt van kracht. Welnu,

17. Vuurgloed te branden, in een hoog verzaam Eeuwig als een verdoemden brand in 't blauw

20. Laat mij nog éénmaal, in gedachten, kussen

18. Laat mij dit één {bitterzoet meêbj vragen Bloemen van Passie, met een hand gespreid

23. Naar mijn gedachten in hun breeden 'stoet

68. O, de begeerte naar genieten machtig

Dreunt door mijn trotsche lichaam als een hamer, Kloppende óp uit haar donker-kille kamer Wellust, die sliep, op 't wekkingsuur aandachtig- enz. Dit.geheele sonnet heeft een trochee voor aan den eersten versregel.

69. Judas, uws monds, die spuwt den gruwbren wijn Bevend op 't bloed, zoet hart, wat bonst gij bang. Kimt gij nog schreien vóór uw klaagbren val,

Wat is het motief, wat de werking van deze accentueering? Het nadrukkebjk, met intensiteit willen spreken door ket woord met het sterkste accent voorop te zetten. In sonnet 68 is die intensiteit een gevolg van wilden hartstocht.

In 18: www —1| — w w—w—w.komt de trochee na de caesuur, dus met de 5e lettergreep. Samen met het sterke, hooge accent van het voorafgaande „één" geeft deze rhythmische vorm een bizonderen indruk.

II. Dikwijls vinden we een spondee als eersten voet. Sonnet

' 2. Zóó zag ik eens, in wonder-zöet genuckt Uw half-verhulde beelt'nis voor mij staan

Sluiten