Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vooral de heffing Bloeit in het enjambement van vers 3 heeft een uitnemende werking door den nadruk en den rijken klank, welke nog wint door het allittereerende bloesem.

Ook bier als in sonnet 1 zacbte, omsluierde klanken. En de beelden! Hoe is het geheimzinnig-bekorende éven-verschijnen der gebefde uitgedrukt in de vergehjking met de half-ontloken maan die als een vreemde, bleeke bloesem aan den hemel staat om weldra aan de kim te verdwijnen:

5 Zóó zag ik eens, in wonder-zoet genucht,

Uw kalf-verhulde beelt'nis voor mij staan, —

7 Dan, met een zachten gbmlach en een zucht,

Voor mijn verwonderde oogen ondergaan.

Bij de eerste terzine begint de wending, zooals dat in het ideale sonnet behoort:

Ik heb u bef, als droomen in den nacht,

en wat dan volgt, met die subbeme vergelijkingen welke het uiterste van teerheid bereiken in de twee laatste regels:

Iets befs, dat men verloor en niet meer vond, Als alles, wat héél ver is en héél schoon.

Sonnet 3

Zooals Valéry zegt, gebruikt de dichter geraffineerde „listen" om wat hij denkt en voelt, te laten voelen en denken door anderen. Hiertoe behooren niet de accenten, die hij zelf aangeeft:

Ik droomde van een kalmen, blauwen nacht:

Maar er volgt:

De matte maan big laag in mistig gbmmen —

De albtteerende m, die in mistig en glimmen nog eens terugkomt, de allitteratie van de ïage assonansen matte en lag, maan en laag, mistig en glimmen, dat alles werkt samen om ons die maan te doen zien zooals zij ziek vertoont, laag, aan den nevebgen einder.

Maar hóóg scheen van de schemerende kimmen Der klare starren wolkenlooze wackt.

Sluiten