Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6.

Nauw zich tb aar wiégen op een lichten zucht....

Allerlei rhythmische fijnheden bergt dit sonnet; de jambenmaat wordt telkens gevarieerd door pauzen en verplaatsing van accenten. .De kwatrijnen en de eerste terzine suggereeren vredige rust, de laatste terzine is de uitdrukking van bewogenheid.

Door verschillende middelen wordt de indruk van toenemende rust veroorzaakt: le. door den zwaren spondee aan bet begin van den eersten regel; 2e. de stilte die de deelen van den laatsten voet in vs 2 onderbreekt; 3e. de twee pauzen in vs. 3 van het tweede kwatrijn; 4e. de zes pauzen in de eerste terzine, zoo verdeeld dat men de stilte komen voelt.

Ik wijs ook nog op vs. 3 van het eerste kwatrijn:

Hoe langs mijn vénster nog, met rasch gerücht.

De drie dalingen vóór de eerste heffing doen het tempo verhaasten en kondigen de snelheid aan van den langs vliegenden vogel; rasch gerucht is schilderend door den klank. De laatste regel heeft een vertragend tempo, wat geheel overeenkomt met de werkelijkheid, want wanneer de vogel voorbij het venster is, lijkt op een afstand het vliegen minder snel te gaan. In de laatste terzine wordt de hevigheid van de ontroering volkomen uitgedrukt door de trochee Altijd voor aan het laatste vers, en de nadruk van deze heffing wordt nog versterkt doordat het woord fungeert als climax en herhaling.

7.

Ik wijd aan U dees verzen, zwaar geslagen Van Passie, en Verdoemenis, en Trots

Ik wil dit sterke en sterk-rhythmische sonnet, dat hij met andere verzen opdroeg aan Willem Witsen, niet geheel ontleden, maar wijs alleen op den bizonder mooien laatsten regel van de tweede terzine:

En 'k bied, met dit mijn eerste en laatste boek, Een laatsten groet aan U, die met uw vasten Stap naast mijn al te wankle schreden tradt.

Sluiten