Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

n.1. de lettergrepen te, naar en ge in vs. 1, en aam, als en een in vs. 2. Heel suggestief is ook vs. 3, met het onomatopoeïsch „kloppende-óp", waarachter even een pauze invalt en dan twee snelle dalingen die het snelle opstaan van de wellust verzinnelijken. Het vierde vers, sterk rhythmisch, heeft een pauze achter „sliep", welke ziek aansluit bij de gedachte van bet onbewust zich gereed houden in stille spanning.

Dit intense, natuurlijke sonnet neemt met zijn bizondere rhythmiek wel een eenige plaats in onder de verzen van Kloos.

Ik wil nog op een paar andere omstandigheden wijzen. Behalve op de werking van de r met voorafgaanden dentaal in Dreunt en trotsche en den zéér hevigen klem op bet eerste van deze woorden, waardoor bet begrip „dreunen" extra-hoorbaar wordt, en de albtteratie wellust: wekking in den vierden versregel, vestig ik de aandacht op het voelbaar maken van da stemming der eenzaamheid door de geleidebjk afnemende accenten in de woordverbinding dl éénzdmèr. Geluid en stemming vormen hier een onverbrekelijke eenheid.

De Pathologieën.

Hoewel de meeste verzen sonnetten zijn, mag bier toch ook wel herinnerd worden aan een paar andere gedichten, waar het stemmingsuggereeren door klankschildering zijn toppunt heeft bereikt. Bx bedoel de beide „pathologieën". Ik ken weinig andere gedichten in onze taal waar zoo zuiver en zoo sterk, zoo onmiddeUijk, de ziel in klanken spreekt, de ziel van den in koorts ijlenden dichter die door benauwende sensaties wordt verontrust.

Het zou een beleediging zijn voor den lezer, dit door voorbeelden te verklaren. Kloos bezigde hier klassieke maten (den trochee, de jambe, den dactylus en anapest) in nogal ongeregelde wisseling en in verzen van verschillende lengte; vrij is ook de strofenvorm die zwelt of krimpt naar schijnbare willekeur, maar dit onsystematische voelen we als een noodzakelijkheid even zeer als den klank der woorden afzonderlijk en te zamen. Zijn stelling van de eenheid van vorm en inhoud zou Kloos niet beter dan door deze verzen hebben kunnen bewijzen.

Door de voorafgaande exacte opmerkingen meenen we voor de lezers die zich de moeite hebben willen geven, mijn opmerkingen aan de feiten te toetsen, een weinig te hebben bijgedragen tot een vollediger begrip van Kloos' poëzie; ook hier zal dat begrip kunnen voeren tot geluk; het geluk van een dieper poëtisch genieten.

Sluiten