Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overdrijving en zegt: Fantasie is de oorzaak en het middel en het wezen van alle poëzie, zoowel als van allen godsdienst, en de dichter is niet minder te beklagen, die zonder haar zijn liefde en zijn hoop meent te kunnen griffen in het harte der eeuwigheid, dan de geloovige te belachen is, die uit dogma's of abstractie's een sluier weeft, om de blindheid zijner oogen of de naaktkeid van zijn gemoed te bedekken" 1).

Hierbij sluit zich aan wat hij verderop zegt in die zelfde zoo uiterst belangrijke inleiding:

„Poëzie moet voor alles plastiesch zijn, voor het oor niet minder dan voor het oog, in uitdrukking zoowel als in rhythmus; op wijsgeerigen grond, in zooverre de plastiek haar het middel is, waarmede zij, dóór' de zinnen, tot den geest spreekt, en zich-zelve, als ket ware, vasthoudt; naar historische ondervinding, omdat de beste dichters te allen tijde plastiesch waren, en niet zeggen, wat zij gevoelen — hoe zouden zij het ook? — maar ket volgens de lijnen hunner fantasie houwen in de grond-stof van het woord. Zoo deden de groote Engelschen en de groote Italianen, Goethe en de Ouden". Wat is dat: plastiesch? Kloos zegt het duidelijk: „door de zinnen sprekend tot onzen geest"; of, meer precies: sprekend tot den geest door ket innerlijk gekoor of het innerlijk geziekt, m.a.w. door rhythmus en klank, of door beeld» gebruik.

Die rhythmen, klanken en beelden zullen bij den waren dichter op het nauwst aansluiten bij de stemmingen en gedachten die hij openbaren wil. Zij zullen nauwkeurig en natuurlijk zijn. In mijn beschouwing van Kloos' verzen heb ik aangetoond, hoe het mooie daarvan niets anders is dan hun nauwkeurigheid en natuurlijkheid, daar immers de beelden, rhythmen en klanken de nauwkeurig passende, ja onvervangbare vormen bleken voor de afwisselende stemmingen en gedachten die den dichter hebben vervuld. Kloos wist dit van zichzelf. En zoo kwam hij tot zijn beroemde stelling (alweer in zijn Perk-studie) dat vorm en inhoud één zijn:

,, Vorm en inhoud bij poëziezijn één, in zooverre iedere verandering in dê woorden een gelijk-loopende wijziging geeft in het beeld of de gedachte, en iedere wijziging in deze eene overéénkomstige nuanceering van de stemming aanduidt.... Diepe sentimenten, machtige passie's uiten zich in stoutere en forschere, fijnere en scherpere beelden, terwijl het hart, dat slechts ontvankelijk is voor indrukken van het dagelijksch verkeer, ook der fantasie geen wieken zal geven, maar in eene

1) Veertien Jaar Lit. G. I. Jacques Perk, blz. 4.

Sluiten