Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als van gedachte, opgebouwde constructie, door iemand die 't wel in zich voelde, en ook degelijk wilde, maar zijn materiaal nog in 't geheel niet beheerschte, en zijn werktuig, de taal, nog geenszins volkomen

meester was" *) Inderdaad is het opstel niet in strakke logika

opgebouwd, niet overal sluit de redeneering, bet is niét gegoten als uit één stuk, maar dit nadeel wordt vergoed door de hooge opvatting, bet zuivere begrip en den stijl van volzinnen en perioden. Hij begint met zich rekenschap te geven van zijn taak als kriticus; toont te beseffen dat alle literaire kritiek baar betrekkelijkheid hééft. „De warreling en wissebng der meeningen is oorzaak dat soms groote dichters in hun tijd niet begrepen worden of wel worden begrepen en gewaardeerd, maar later vergeten raken".

~ Is iets als bteraire kritiek dus wel mogelijk? Wat kan men er meê aanvangen? „Yoorloopig is zij nog geen wetenschap, maar zelve een kunst, waar gevoel als opmerking en overreding voor waarheid geldt". Toch is het noodig, omtrent het poëtische tot grootere stelligheid van inzicht te komen. En dan zegt Kloos precies waar het om gaat. Zinen schakeering der woorden en klanken te verklaren in hun verband met „het onvatbare daarachter". „De psychologie zou zelf eerst een wetenschap moeten geworden rijn, eer wij er aan denken mochten, de ontwarring dier webben te beproeven". Maar men zou alvast kunnen beginnen met de verzameling der bouwstoffen. „Eene geschiedenis der beeldspraak ware gewenscht". „Hierop zou als op een hechten hoeksteen de kritiek van de Toekomst kunnen verrijzen". Dan komt Kloos op het wezen van de poëzie; zij is „imaginative passion". „Fantasie is haar oorzaak, haar middel en haar wezen". Het fameuse beginsel van de eenheid van vorm en inhoud wordt vastgesteld. Aan deze waarheden toetst bij de rijmerij van rijn tijd en eindigt met een omschrijving van de taak der jongeren en een gloedvolle peroratie over de poëzie. „De poëzie is geen zachtoogige maagd", enz.

Na dit eerste hoofdstuk volgt een tweede, waarin de Mathildecyclus zelve wordt ontleed en verklaard. Het besluit met een recht-1 vaardiging van het sonnet, „den vorm dien Milton niet heeft versmaad en zóó uiteenloopende dichters als Rückert en Rossetti, Platen en Prudhomme tot tijdelijke hulde dwong". En, ten slotte, zooals het opstel begon met een overdenking van de kritiek in ket algemeen, zoo eindigt het door een citaat uit In Memoriam, met de plaats aan te wijzen die Perk's dichtwerk inneemt in de wereldbteratuur.

1) Nieuwe Gids, 1907.

Sluiten