Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoofdstuk XIII— OVER DEN STIJL DER KRONIEKEN

DONKERSLOOT, in zijn studie over Kloos, heeft op twee plaatsen met enkele regels diens proza gekenschetst: „Het proza, waarin Kloos zijn nieuwe denkbeelden ontwikkelde, was de bekroning van ket negentiende-eeuwsche proza van Potgieter, Huet en Bakhuizen van den Brink, maar nu met een, door de studie der klassieken verworven, edeler klaarheid en glans. Zijn critisch proza, met zijn breede perioden, zijn klaren klank en vastberaden voortschrijdende beweging, zijn steeds te rechter tijd gekozen en ongedacht verhelderende beelden, is van een onovertroffen evenwicht en harmonie. Zonder te kort te doen aan de zeer persoonlijke eigenschappen van bun stijl, kan men zeggen, dat ket proza van Verwey, van Eeden, Paap, Van Deventer en anderen voor een goed deel door het voorbeeld van Willem Kloos werd gevormd". .... „de stijl der oudste stukken is nog vrij ouderwetsck, kennelijk geschoold bij Potgieter, Huet en Vosmaer, met een hang naar in gewikkelde, vernuftige zinnen, een deftige, wat nadrukkelijke geestigheid en een breedvoerige verzorgdheid. Maar allengs wordt deze stijl soepeler en glanzender en bereikt een zeldzame zuiverheid, die zijn kronieken in De Nieuwe Gids tot blijvende voorbeelden van voortreffelijk proza maakt" *).

Deze algemeene kenschets willen we door een dieper gaande beschouwing trachten te bevestigen en aan te vullen.

„Stylus virum arguit", „de stijl verraadt den man", zegt een

1) De Episode van de vernieuwing onzer poëzie (1880—'94), blz, 101 en 103.

Sluiten