Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat soms trek na trek, maar zet er beurtelings de kenmerken van een anderen scbrijver tegenover: Een meesterstuk van zulk een teekeningdoor-tegenstelbngen is de vergelijking tusschen Multatub en Huet

(II. 140 vlgg.: „Huet is de man die . — Multatub is de man,

die" ....). Ik wijs ook op de vergelijking tusschen Heine en Novalis, in de Inleiding van zijn Heine-bloemlezing.

De Reversio ofReditus, of zooals ik ket noemde: het omgekeerd parallelisme.

Deze syntactische figuur is bij Kloos zeer frequent. We kunnen gerust zeggen dat hij er een voorbefde voor heeft. Zij bestaat hierin, dat in elk van twee gecoördineerde zinnen, welke door een pauze gescheiden zijn, twee zinsdeelen voorkomen (we zullen ze noemen x en y), maar in den tweeden zin is de volgorde dier zinsdeelen omgekeerd van die in den eersten, zoodat de figuur wordt: x ... y || y ... x.

Soms zijn * en y in beide zinshelften woordelijk gelijk, soms is er abeen gelijkheid in de woordsoort of de wooró^functie.

Daar deze constructie voor Kloos zoo kenmerkend is, geef ik een aantal voorbeelden.

Uit de Voorrede voor Perk's Matkilde.

Het gaat over den begenadigden dichter en den hartstochtebjk geloovigen ziener:

1. „Gene leeft in het zien maar ziet in het leven slechts een schijn, deze ziet in het leven, schenkend het leven aan den schijn, dien hij er ziet".

2. „doch Hellas bad dit op ons voor, dat zijn verbeelding, frisch en klaar in den morgen des levens, iedere uiting der ziek sckerp en tock zacht als de trekken zijner munt, vol maar vast als de beelden zijner tempels, vermocht te graveeren en te beitelen in de taal, die, naar verlangen, hard als het marmer zijner groeven, of als de honing zijner bergen, vloeibaar kon zijn .

Bij toepassing van het schema x ... y || x ... y, zou de zin als volgt zijn geweest en zijn rhythmische schoonheid hebben ingeboet:

„die, naar verlangen, hard als het marmer zijner groeven, óf vloeibaar, als de honing zijner bergen, kon zijn".

3. „Het sonnet — naar den wille des meesters beurtehngs zoet-rokig minnedicht, of stroomende hymne uit de diepten der ziel, als een

Sluiten