Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lenigste Hollandsen dat men ach denken kan. Bevallig en krachtig wiegelen de zinnen, abstract betoogend, concreet bewijzend, op~ vlammend in toorn of glijdend op u toe met vleiend gebaar". (II, 33) (A. de Mare is Verwey, volgens een mededeebng van Kloos).

In zijn studie „Over woordschikking in modern Proza" beeft professor Overdiep onderzoekingen ingesteld naar den syntactiscben bouw in het proza van Augusta de Wit, Scbarten-Antink, maar voornamebjk Jac. van Looy. Waarom hij, sprekend over de Tachtigers, Kloos buiten beschouwing heeft gelaten, terwijl waarschijnbjk juist van hém een groote invloed is uitgegaan, zooals ook Donkersloot aanneemt, daarnaar moeten we raden. Intusschen werpt Overdieps onderzoek en inzicht een verhelderend bcht, ook op het proza van Kloos. Twee eigenaardigheden verboogen, naar Overdiep opmerkt, het rhythmische en plastische effect:

1°. een zins-onderbreking, waarbij subject en verbum door een zinsdeel van elkander of de zinsaanloop door een pauze gescheiden wordt van het volgende zinsgedeelte.

2°. een nominaal of adverbiaal zinsdeel aan het eind van den zin in plaats van een verbum.

Hoewel het eerste geval zich bij Kloos ook voordoet, zijn de gevallen dat dit een plastische uitwerking heeft niet bizonder sprekend.

Het nominaal of adverbiaal zinseinde daarentegen komt telkens voor, en draagt er bovendien met zijn hoog accent zeer toe bij om het rhythme opwaarts te stuwen en rebef te geven aan de gedachte.

Van dezen voor Kloos kenmerkenden vorm, die ziek bij Van Deyssel ook meer dan eens vertoont, geef ik eenige voorbeelden *):

„O ak de Satan, de bijbelsche Satan kon spreken door de luchten, de aardsche luchten, vanuit den kerker der verbeelding, waar kij troont in onze ziel, als kij kon doen hooren langs de straten den toorn en den trots en de vervloekingen, heel de grootheid van misdaad en schande en hoon, de godheid van 't Kwade dat hij is in zijn pracht, zoudt gij dan vluchten angstig op de teenen, uw ooren dichthoudend, vreezend te vernemen, zonder omzien glijdend in uw welgesloten huis? Zoudt gij niet opzien, eerder, en luisteren begeerig, indrinkend de klanken van matelooze hoogheid en woede wijd-schrijdend en

1) Prof. Overdiep laat voorloopig in het midden, in hoeverre genoemde eigenaardigheden reeds bij Potgieter en Huet voorkomen. Alleen een zuiver statistisch onderzoek zou kunnen uitwijzen, in wiens stijl dit plastisch middel een kenmerk is en wie het 't eerst op ruimere schaal heeft toegepast.

Sluiten