Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ware liefde is als een klaar, kalm licht om de.daden, Die men daaglijks doet voor een ander dan zijn Ik, Liefde is als een helder licht, dat zich plots laat raden Uit een zich gevend gebaar met een diepen blik .... Liefde is een macht, sterk als dood, die dieper verzaden Dan dood, wil, kan 't Gebefde, tot den laatsten snik.

Altijd hoopt hij nog die befde deelachtig te worden (47):

Heb mij bef, heb mij bef, heb mij bef, 'k zal n beven.

Liefde is 't al-eenige dwangbevel stuwend

De arme menschen voort op hun donkre baan,

Nog eens, plotseling, wiekt zijn vers op, in blijde tonen, als het bed van den leeuwerik (67):

Ik weet niet wat ik zeggen zak Want in mij juicht er schalmeiendOp, telkens weer, na zachten vak Een wonderbaar tal Van bederen, ieder verbhjend....

Zingt er een vogel dan in mijn ziek

Een vogel, gedachtvol fluitend .... ?

Een vogel zelf is mijne ziel,

Die, hoe zij ook viel,

Weer in bederen rees, opspuitend.

Maar de vroolijkheid is vermomde weemoed. Als een verlaten kind roept hij om zijn overleden moeder, de moeder, die hij nooit gekend heeft, om zijn hoofd te mogen bergen aan haar trouwe borst (68):

Moeder, mijn moeder, laten we elkaar omarmen

Of hij richt zich tot de Gebefde, haar smeekend, kern te redden en tot hem te komen (79):

O red mij, red, red mij, anders dan gaat Mijn keele leventje zoo gansck verloren

Eenigen tijd te voren had hij nog gezongen van zijn teleurstelling, met een soort gelatenheid (62):

Sluiten