Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dan wijs ik op 125:

De sckoone God, wiens gouden pijlen klinken, Wanneer kij lichtend van d'Olympus daalt, Wijl walmend van zijn hooge schoudren straalt De wolk, waardoor zijn lokken blonder bbnken, —

153

Wat spreken wij tot sterren in de luchten, 168

De god der schoonheid had een droeve stonde dat met de vijf daarop volgende een kleinen cyclus vormt;

228

't Is niet dat 'k u door rijke rhythmen roeren, Of door mijn beeldend bed verbazen wil.

242

Liederen als Klinkende luiten beloofde ik, en uit de Toezangen:

244

De zon komt in de wereld en de wolken Van duizend tinten weemlend, hggen stil....

245

„Muziek! muziek! laat de fluiten schateren! Muziek! muziek! laat de cimblen slaan! Laat hóog-op de gouden klaroenen klateren! De diepste der zelf-onbewusten treedt aan .... !

Want rijk-gekeeld, als met val van veel wateren, Komt jubel-zingend over de aarde gaan De Muze mijn, die, een lust voor de lateren, Zal in den Tempel der Historie staan,

246

Wanneer de aleerste ster, in eenzaam stralen, Opbbnkt aan 't langzaam-donkrehd blauw der luchten .

Sluiten