Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dan zullen ze, als de Rus komt, trotsck opsteigeren En plots, met onafwendbaar forsch gebaar, Het boofd indrukken de'ijdelen barbaar.

Maar blijft gij de'armen 't reedbjk menscb-zijn weigeren, Zij trekken later, met vereelte band, Den statige'intocht van den dwingeland.

110

Wat wil dat volk, dat opdringt door de straten Omhoog-ziend gierig naar der ramen glans? Daarbinnen schuiflen voeten aan den dans, Op val en rijzing van de vlugge maten.

Daarbuiten staan ze, en voelen zich wel mans Om meê te doen, ondanks 't gebrek. Zij praten Heel druk met breed gebaar. Waar is de kans, Dat zij zoo kunnen juublen eens? Zij baten.

Weest wel beraên. Zij komen binnen schuiven, En slaan 't omvêr. Welaan, 't gevaar is groot: Houdt op met dobblen, dartlen, zwelgen, fuiven,

Maakt dat zij leven kunnen zonder nood,

En 't woest geweld zal in een wenk verstuiven ....

Zoo niet, dan wacht ons een eUendge dood.

Er is maar één middel, één redding. De toekomst zal die brengen, wanneer allen het goede willen:

112

O tijd die komt! De volkeren krioelen

Wie is 't die zegt, met waarlijk-vroom bedoelen: Ik zal u leiden in 't beloofde land? O tijd, die komt, als allen zullen voelen, Dat leven goed-zijn is met hoog verstand.

Sluiten