Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De wijsgeerige gedichten van Verzen III.

Christus-verzen. In den eigenlijken zin van ket woord mag men Kloos allerminst Christen heeten. Éénmaal, in de hitte van den strijd, heeft hij zich zelfs kras over ket Christendom uitgelaten, maar uit deze boutade kunnen we Kloos' innigst meenen niet leeren kennen. Later heeft bij dan ook meer dan eens, zooals ieder modern wijsgeerigdenkende, het Christendom in zijn waarde gelaten en duidelijk zijn onvergankebjke beteekenis uiteengezet x). In aUe geval keeft hem als voelend mensch en vorscher naar de waarheid de Christus-figuur voortdurend beziggehouden, zoodat hij daarover langzamerhand een geheele bibbotheek keeft bijeen gebracht en critisch gelezen ook. Voor de evangebën heeft ook kij een eerbiedige bewondering, maar zijn verhouding er tegenover is anders dan die van vele geloovige vromen, die er een heibge boodschap in zien van een transcendenten god, tronend in een Hemel vol glans en muziek van engelen. Voor hem zijn ze gewrochten van geïnspireerde menschen, die uit hun binnenziel naar boven brachten wat taUooze andere, eenvoudiger menschen vaag en half-bewust gevoelden, verwachtten en verlangden: een idee van het goddebjke die van de tot dusver gangbare radicaal verschilde, en in Christus, den levenden God-mensch, tot een bezielende en hervormende kracht van de hoogste orde is geworden.

Christus is meer dan eens door dichters gebezigd voor andere doeleinden dan heiliging van het eigen gemoed, en wel als letterkundig symbool, om er zijn eigen persoonlijke gedachten en gevoelens op een interessante wijze meê aan te kleeden. Bekend zijn o.a. Multatub's Kruissprook en Verwey's Christus-sonnetten (z.b.).

Kloos daarentegen overdenkt het wezen van Christus-zelf en trekt uit die overdenking zijn leering voor zich en de menschheid in het algemeen. Ik wijs op sonnet 256:

Wij willen samen, Lief, dit Kerstfeest vieren

Christus is, zegt hij, nooit voor hem meer geweest „dan een dier zedig-fiere Figuren, die den zoom des mantels sieren, waarin Historie haar geweldige leest hult". Maar bij bet leed van deze wereld, waar de menschen elkander soms in dolle woede bevechten, kan men van Hem de waarheid leeren: „door te dragen wilssterk al leed, gaat ook al leed vervagen".

1) Zie o.a. Lett. Inz. en Vergez. II, 150.

Sluiten