Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en gezindheden, waren wel geschikt om de eenzame, reine muziek der subjectieve en wijsgeerige schoonheid te verdooven en veroorzaakten voor Kloos een isolement, dat hem zelf niet deerde, maar deden, naast bet goede dat zij meebrachten, ook wel kwaad aan de kunst die bem zoo bef was.

Men spreekt gaarne van Kloos' eenzijdig individualisme, dat men dan ziet als een proces van verschrompeling, als gevolg van een los raken van de wortels die vastzaten in leven en maatschappij; men denkt dan misschien wel aan den Gigant Antaios, die zijn kracht verloor, toen hij zijn voeten zag weggetild van de aarde. Ik kan het niet zoo zien.

Zeker, Kloos is als echt lierdichter individuabst, maar zoolang zijn lyrisch gemoed werkelijk bewogen werd, behoefde er voor verschrompeling geen vrees te bestaan. Toen hij uitgesproken was, heeft hij, zooals behoort, gezwegen, tot, in 1923, een voor hem gewichtige gebeurtenis, de dood van zijn vriend Willem Witsen, nieuwe bronnen open stiet.

En Kloos de kriticus? Als kriticus is kij nooit individuabst geweest in den zin dat hij, als een kluizenaar, voor mensch enleven-in-hteratuur geen oog zou hebben gehad. Voelde een schrijver zich geroepen, als de dienaar van een of ander ideaal, wélk het ook zijn mocht, zich in den grooten stroom der maatschappij te werpen en haar geestebjk leven naar eigen inzicht te hervormen, Kloos, hoewel anders geaard en. als sceptisch wijsgeer en lyricus die hij was, meer gesteld op een epicuristisch-teruggetrokken stilte, sloeg het met belangstelling, zij bet ook niét steeds met instemming, gade en bet hem gaarne zijn gang gaan; echter onder ééne voorwaarde: dat hij bbjk gaf van voldoenden aesthetischen ernst om de kunst hoog te houden. Kwamen schoonheid en waarheid in de verdrukking, dan klonk onmiddellijk zijn welgemeende waarschuwing, of, stond hij tegenover verwaande zelf-misleiding, dan werd, dikwijls met een sarkastische afstraffing, de profane geestdriftebng weggestuurd uit den tempel, dien kij met zijn onreine voeten kad durven betreden. Kwam daarentegen de schoonheid hem in haar gave gedaante tegemoet, dan haalde bij baar juichend binnen met de onpartijdigheid die niet naar meeningen of afkomst vroeg. Want al hadden Potgieter en Huet hun groote, onbetwistbare verdiensten gehad als de grondleggers van een meer natuurlijke oordeelvelling, waarbij volgens de beginselen der Romantiek bet persoonlijk gevoel van den kriticus den doorslag gaf, Kloos was de eerste komplete vertegenwoordiger der nieuwe richting, al zag hij zeer goed de gevaren die er

Sluiten