Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over, door den schrijver heen in den lezer, en er staat, zooals het bij waarachtige kunst steeds moet zijn, bier absoluut niets anders tusschen het Gevende en het Ontvangende, dan een door-en-door fijn-voelend, een scherp-observeerend, en geheel in de dingen en niets dan de dingen zelve leyend, fijn-bewerktuigd mensch. Want het is Van Looy, als artiest, er om te doen, en bij slaagt er ook in, om den lezer in direct contact te brengen met het groeiende, bloeiende, zoowel als met het ademende, kijkende, sprekende Zijnde, overal.

Zoek dus geen „intellectueele" bestanddeelen achter het frissche en welige werk van dezen webg-frisschen mensch: die zoudt ge toch in Natuur en Leven, als ge er gingt zoeken, óók niet vinden, want die zitten uitsluitend in ons hoofd, in ons arme, abstraheerende, peinzende, wroetende en redeneerende menschenhoofd.

Van Looy kijkt maar en ziet ook, en doorvoelt het geziene, totdat hij komt op ket wezenlijk karakter ervan, wat hij dan weergeeft in zijn rond-bronzen, of, wilt gij dit anders zien en hooren, in zijn sappige, lekkere taal, waarbij hij de groote lijnen steeds vasthoudt en tóch zich verdiept in de fijnste bijzonderheden, abes bovendien warmlevend houdend door zijn uit het reëele geboren en zich ook bij het reëele bepalend, zijn precies den spijker op den kop slaand gevoel. Van Looy's geschreven natuur- en menschheid is de natuur-en-menschheid zelve, en niet maar een verzameling woorden erover, of naar aanleiding ervan: neen, zij rijst, van zijn bladzijden, voor ons in de hoogte, zoodat wij er midden-in meenen te leven, zoodat wij loopen over de velden, wier wijdte wij vóór ons zien, en wier geur wij inademen, totdat wij plotseling, als kleine kinderen, haast grijpen willen naar de schoone, kleurige regenboog-lucht.

. En ook zijn doorwerkte binnenhuis-levens, waar de menschen zitten en verschuiven, of heen-en-weer gaan, rustigjes of druk-bedrijvig-doend, pratend met de wendingen en gebaren en intonatie's, die passen bij hun menschelijke zenuw- of ziels-leven, dat zoo keel gewoon is, maar toch, omdat het zoo levend is, echt-menschelijk levend, zoo hoogst interessant, zoo boeiend, treffend, ja pleizierig-ontroerend doet.

Ja, de menschen, de eenvoudige menschen die hij geeft, zijn wezenlijke menschen van vleesch-en-bloed, die praten over bun eigen, bun werkelijke dingen, en geen poppen, tot de keel toe volgepropt met beweringen en speeches, met tendentieus, eentonig gezeur, den droesem uit des schrijvers bedoelingsvol hoofd.

Neen, Van Looy's kunst leeft, en daar het leven in de kunst het eenige is, eeren wij hem, gelijk het nageslacht dat, hoe langer hoe

Sluiten