Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

exotische weelde ziet mfcn er door elkander met de meest primitieve werkhjkheid, veel onechts naast het wezenlijkste, waarachtigste, veel derden-rangs-ontleends naast de naïefste, spontaanste natuur. Maar over alles heen, en alles omringende, blijft de sterke natuur toch de overhand behouden: het uitspansel is er zoo ruim als nergens anders, de watermassaas wiegelen of draven en dreigen: de visschers loopen er op bloote voeten, tusschen de steedsche costuums, waarin óók wel eens een mensch is verscholen. Kortom, 't is een amalgama van de meest tegenstrijdige dingen, dat altijd weet bezig te houden, maar waar meestentijds uw dieper Wezen buiten blijft staan.

Novalis te lezen, daarentegen, is of men gaat door een straat met kerken; kerken, waaruit mooie, maar divageerende muziek van seraphine-orgels naar buiten ruischen komt. Gij hoort, door dé groote vensters en de opengaande deuren, de muziek daarbinnen klinken, meer of minder sterk verneembaar: doch de uitvoering laat wel eens wat te wenschen over, en ook hoort gij 't vaak maar half, omdat er muren om staan."

Nog een andere vergelijking:

„De Hymnen an die Nacht zijn als een reeks zachte golfslagen, breede, gestadige, uit de zee van het binnenleven vallende met wit-uitstaande schuimranden, in vormlooze schoonheid, op het vlakke strand onzer aUedaagsche werkelijkheid, terwijl, daarbij vergeleken, Die Nordsee is een hooggestemde en toch natuurlijk-reëel blijvende monoloog, die zelfs niet terugdeinst voor het heel gewone, omdat de innerlijke levendigheid van geest des sprekers er altijd wel iets bijzonders aan te geven weet".

Wat blijft er nu voor een onpartijdig lezer over van de smalende praat van mat en zwak, gemaniëreerd en hakkelig? Het is te dwaas om er langer over te spreken. Ik meen genoeg van zijn stijl getoond, genoeg van zijn kritiek gezegd te hebben, om te mogen verwachten dat men eindelijk eens ophouden zal, onverantwoorde oppervlakkigheden los te laten over een man die voor ons proza èn onze kritiek zulke uitnemende verdiensten heeft, en niet alléén om zijn Veertien Jaar Literatuurgeschiedenis!

Ik kom tot mijn besluit en wil vluchtig Kloos als kriticus vergelijken met een aantal anderen aan wie de bteratuur-beoefening iets te danken heeft, om er nog eens aan te herinneren, dat in de geschiedenis der letteren de kritiek ziek wijzigt naar den aard en aanleg van den kriticus èn den tijd-met-de-omgeving, waarin hij leeft, zoodat zij ziek telkens op andere wijze vereenzijdigt en beperkt, een vereenzijdigine en be-

Sluiten