Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor hem zelf gelden kunnen. Wanneer Myrrha haar sombere vriendin heeft trachten op te beuren, haar ernst wil verjagen met het woord

Ik bid u, lach en speel weer als weleer,

En laat den ernst, waar hij behoort, bij dooden!

dan antwoordt Rhodopis (zich halverwege oprichtende): Noem mij niet ernstig, want naar ernst versmacht ik! — Spreek niet van dingen die gij niet verstaat; — O, Myrrha, de ernst is 't erfdeel niet der schimmen, Die doelloos zwervend, zonder lust of bcht, En niet meer wetende, waartoe zij daar zijn, De macht zelfs missen, die dat zijn vernietigt. Neen, de ernst behoort niet aan den dood, want dood is niets, En ernst is al wat schoon, en goed, en krachtig is; Hij is de steun, de ziel van heel het rijke leven, Die woorden grift, die daden wrocht en duurzaam maakt, Die doel en orde geeft aan al wat is, en 't eerst Aan 't eerste, schoonste, hoogste van wat is: den mensch!

Zijn Ikheid schoot hare wortelen steeds dieper en hechter in den bodem van het Ware Zijn, meer en meer keerde hij zich tot den Innerlijken Geest en zoo stond hij sterk en bijna onaantastbaar in een leven vol teleurstelling.

Na 1913, toen Verzen III, verschenen was, had hij geen gedichten meer geschreven. De studie van de wijsbegeerte en bteratuur naast den arbeid voor zijn kritieken, scheen hem geheel in beslag te nemen — tot in 1922 het voortdurend peinzen over leven en heelal zich kristaUiseeren ging in twee groote gedichten: Dieper Levensinkijk en Mystisch Pantheïsme (Nieuwe Gids, November en December 1922).

Wie kon vermoeden dat de gedichten Levensoverpeinzing van October, waaronder het speelsche, De Génestetachtige

De heele wereld redeneert En ieder zegt zijn woordje, Maar wie waarachtig mediteert, Had eerst te gaan door 't poortje,

Het enge en lage, dat ons leidt Naar 't diepst van eigen Wezen: Alleen in die onmeetttjkheid Laat zich de Waarheid lezen.

Sluiten