Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Niet het publiek maar de Eeuwigheid is het, wat hem voortdurend bezig houdt:

'k Denk levenslang gelaten-wijd uit Diepte stil-omhoog, Jk weet me een vogel, vreemdlijk-hakend ver-weg, sterk-snel drijvend Door eeuwge Ruimten, de Ulte voelend, maar aan de Aard' beklijvend Door 't seinen hjnloos, dat opgolvend, heen door alles vloog.

1927, I, 235, blz. 57.

Ik voelde, heel mijn leven door, me op 't Eeuwge drijven, Lijk boot vaart, op diep water, naar den horizon .... Mijn zeilen door den staegen, vasten wind zich stijven, Wijl 'k op verschansing speur, door 't halve bcht der Zon,

Met vluggen kijker, eiken kant uit of ik kon

Ontdekken wat de vaart wil stuiten of gerijven....

O, hoor de golven langs de flanken schurend wrijven . ... !

En 'k denk daaronderdoor: wat vind ik abt ik won

Eindlijk den einder? Zinkt de zee dan daar? Of rijzen

Hoog-schoone landen, arbeidsvol en eindeloos?

Diepst-Inzijn, hoor! Niets weet ik, maar 'k houd moed, want wijzen

Doet stille wenk mij, dat 'k de juiste wegen koos,

Al schertst een maatje soms, dat hard zijn baaitje schuiert:

„Kijk, hoe die kapitein daar boven lekker luiert!"

1926, II, 219, blz. 536.

Zijn ze daarom bij voorbaat veroordeeld, die verzen? Stellig met. Alleen al, omdat ze de zelfopenbaringen zijn van een ernstig strevend, zelfstandig denkend dichter, die is verder gegaan op den weg dien hij een twintig jaar vroeger vastberaden was ingeslagen (Ik denk aan het laatste sonnet van den tweeden bundel Verzen):

Ik ben de Zoeker naar het Nooit-Bebaalde, Ik ben de Strever naar het Ware Zijn, —

In de praktijk heeft hij voltooid wat hij, nog jong, beloofd had te doen, daarmede de taak overnemend die de vriend zijner jeugdjaren door den dood verhinderd was geworden te volbrengen:

Willem Kloos. 18

Sluiten