Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Verlaten gaan, tot alles, zelfs vernietigd worden, reê ....

1925, I, 112, blz. 707.

O, Vrede,

Hoog-heilge, voor de eindlijk-moede hersnen, als met breede Gelatenheid ge uw eigen polsslag en 't reeds half verkoeld Gewricht daarboven waarneemt, daar dan vaaglijk overspoeld Ge u bggend weet aan 't strand des Eeuwgen Zijns ....

1927, I, 234, blz. 56.

O, weg eens van dees Wereld, die geen Waarheid wil, te keeren Naar 't Eenig-Goede, de Eeuwig-stille diepste Oneindigheid, Waar al ons dwaas Bewustzijn, armbjk zuchtend, lijk een teêre Kristallen spriet, koel-ijzig brekend, wèg valt zonder spijt

1927, II, 293, blz. 303.

Van kindsbeen stil verduur 'k dit enge Leven, waarmeê huwen Mijn verre, sterke Ziel moest, want waar vreemdlijk zij gezet Wierd, zonder dat zij 't wist of wilde, door Onweetbre Wet Eens Ondoorgrondhren Moetens, Dat fataabijk dóór blijft duwen Al geesten naar dit geestloos Waanspel, waar 'k reeds jong van gruwen Ging innig-hooploos mijmrend, daar mijn Zelf zich zag belet, Om hoog-uit, vrij van alles en toch één in 't Diepste met Der Sterren zwiering door onmeetbre Ruimten voort te stuwen.

1927, II, 301, bh. 410.

O, Ziel, uw tijden op dees Aarde zijn als wijde lanen,

Waar zacht ge omhoog naar 't diep gebladert van Uw Zielsvreugd

[staart:

Der twijgen wuivend ruischen lijkt een weemlend spel van Wanen, Waaruit uw stille Wil de Waarheid van Zijn's Wezen gaêrt. Want innig hakend naar 't Oneindig-Eéne, waar gebaard Uit wierdt ge eens in de aloude dagen, hoordet durend manen Door Duw der Diepte die de Daad doet: houd u fier-bedaard, Om eenzaam u den vasten Weg naar 't verst Geheim te banen: Als knaap al bep ik, ziende stil ten Hemel, waar de zwanen Schenen te drijven zachtjes verder, en ik zei me: O, Vaart, Vage van witte Waden, mocht ik meegaan in vreemd tanen Mijner ondelgbre Leefkracht,waar 'k door brand,tot Damp,die schaart, Aan donkren Einder daar, zich saam met de andren, tot als tranen

Sluiten