Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een zedelijke, richtinggevende kracht uitgaat, welke er onverbrekelijk mee samenhangt.

Het is Kloos een behoefte en een geluk, over zijn God te spreken. Hij weet dat men alleen door zelf te lijden tot Hem komt, door zelf te denken en diep te voelen van Hem getuigen kan. Later, veel later, zal men gaan inzien dat hetgeen edelgeaarde en van-God-bezielde dichters als hun Weten hebben uitgezongen, de ware wijsheid van dezen tijd is geweest:

O, 't Weten, diep-van-voelen, klaar kalm denkend, Dén sprekend, alsof klonken uit de Al-hooge Heemlen geluiden, als gedaanten wenkend, Die door de diepste Kracht God-zelfs bewogen,

Toch altijd blijven zedig-ingetogen

En dus geen mensch, met ook een woord maar, krenkend, Slechts om al hersenen, als duiven, vlogen, Zacht eiken matten peinzer Vrede schenkend,

Ja, 't Weten, dat geboren door het Lijden, Bezielt alleen wat droomende ingewijden, Die diep-in leven, allervlekloost rein,

Zal eerst voor nü nog verre toekomstdagen, Op de' adem dieper zielsmuziek gedragen De waarste Wijsheid dezer tijden zijn.

1924, I, 29, blz. 433.

De gewone geloofsvormen voldoen hem niet:

neen, mijn eeuwge gloed, Van diep-uit dringend en dan zingend, rijst vèr boven Al logisch vast bereeknen zelfs, dat Rede kan: 'k Voel diep, dat achter alles schuilt, bet Eéne: „Pan",

Hierbij verdwijnen zelfs Tijd en Ruimte als een onwezenlijke schijn:

Vaak maatloos ver terugziende in Tijd's Diepte, al oktilharden Maal oktilharden eeuw-nulbarden, vroeg 'k al vroeg, mij stil: . Wat was er in dat duizbg-makend Tijdsoneindge .... ? O,....

['k wil ...,

Sluiten