Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het nauwste verband met bun persoonlijke aandoeningen en ondervindingen, ze hebben alleen aan hun betrekking tot de eigen persoonlijke aandoeningen en ondervindingen bun ontstaan te danken. De verbeelding daarentegen van de ware epische en dramatische dichters is absoluut. Het eigen ik van dezen blijft buiten spel en toont zich uitsluitend in de genialiteit van hun visie, maar die visie zelve is volstrekt en onafhankelijk. Zij scheppen een geheele wereld van menschen en die menschen leven hun eigen leven. Deze dichters zijn dus de meerderen in verbeeldingsomvang en gewoonbjk ook de meerderen in levensbegrip. De lierdichter immers teert alleen op het eigen hart, de hoeveelheid zijner aandoeningen is tamelijk beperkt en, daarin heeft Goethe gelijk, hij zal zich moeilijk kunnen vernieuwen en uitbreiden. Maar wat zou dit? Staat hij dan hierin achter bij de groote verklaarders van het mensch-bestaan, in één opzicht is hij hun meerdere: door de meer oorspronkelijke, meesleepende muziek en het persoonlijk accent van zijn rhythmen. Zoo kan hij, de ber-dichter, soms door een enkel klein en onvergelijkelijk schoon vers ons meer ontroeren dan een epicus met een groot boek vol verwerkte materie.

Tot deze dichters behoort Kloos en tot de allergrootsten onder hen van alle tijden. Hij is niet doodgeloopen en door herhaling van een zelfde thema tot manier vervallen. Hij is zelfs in zijn mannejaren organisch uitgegroeid van spiritueel-erotisch tot een wijsgeerig poëet, uit de diepte opzuigend, breed en hartstochtelijk evenals in zijn jeugd maar rijper en volmaakt bezonnen. Wanneer ik hem, mijn besten vriend, mag overleven, dan zal ik in stilte nog dikwijls zijn eigen woorden nazeggen:

Dierhre weelde,

Een mensch gekend te hebben met titanisch-wild gemoed! Men bbjft, door alles been, hem trouwelijk eeren....

maar er tevens bij denken, dat Willem Kloos nog wat anders dan titanisch-wild is geweest. Wat dat andere is, zal, hopen we, ieder begrijpen die dit boek met onpartijdige kritische aandacht gelezen heeft. Die zal begrepen hebben dat hij, de zanger der aller-menschelijkste aandoeningen, de eerste is geweest die na langen tijd van stilte ket roerende lyrische geluid deed klinken, oneindig sterk en oneindig teeder tevens, en trillend van een hartstocht die meer en hooger dan louter-zinnebjk was. Die zal ook kebben begrepen dat hij zwaar heeft geleden onder den spot en de onwelwillendheid van halfslachtigen en onwetenden, zwaarder echter onder de achterbaksche tegenwerking

Sluiten