Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

strijdigheid, die elke jong-bekeerde moet doormaken, en die door Paulus voor alle tijden beschreven is in Rom. 7: „Ik weet niet wat ik doe; want hetgeen ik wil, dat doe ik niet, maar hetgeen ik haat dat doe ik. Indien ik nu doe hetgeen ik niet wil.... zoo doe ik het dan niet meer, maar de zonde die in mij woont.... Ik zie een andere wet in mijne leden, die strijd voert tegen de wet mijns gemoeds .... Zoo dien ik zelf nu met het gemoed de wet Gods, maar met het vleesch de wet der zonde."

En nu is dit mijn overtuiging geworden, dat wij er ons bij moeten neerleggen, dat er een bepaalde t ij d s p e r i od e noodig is, vóór ook ons onderbewustzijn „bekeerd" is. Die tijdsperiode kan langer of korter zijn, afhankelijk van de hevigheid van de doorgemaakte „bekeering": hoe intenser wij deze dingen hebben doorgemaakt, des te korter zal de tijd hoeven te zijn; maar het feit blijft, dat er een tijdslengte voor noodzakelijk is.

Het is dus niet voldoende, dat we met alle wilskracht het goede willen, maar het is even noodzakelijk dat wij volhouden, dat wij rustig volharden.

Dit nu is de reden waarom wij moeten opvoeden. Want het groote moment van inspiratie is niet voldoende: er moet gedurende een bepaalde t ij d met toewijding en met uithoudingsvermogen verzorgd worden, wil ook het diepere van de persoonlijkheid veranderen.

Het is er mee als met het kweeken van planten: het is wel feitelijk een gemeenplaats geworden en toch moet ik het hier neerschrijven: het is eenvoudig noodzakelijk, wil men vruchten zien, dat met zorg de bodem wordt omgespit, van ongedierte gezuiverd, gemest; dat het zaad met zorg wordt gekozen en klaar gemaakt; dat gezorgd wordt voor voldoende ruimte, lucht, water, zon; dat de groeien-