Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wij zien uit dit alles duidelijk de lijn opkomen die wij gaan moeten bij de opvoedingTWij ouderen moeten (of ik wil liever zeggen: mogen) het zoo inrichten, dat de kinderen de gelegenheid krijgen zich in zoo groot mogelijke vrijheid naar aard en aanleg te ontwikkelen, maar vanaf het begin moeten wij ons terdege bewust zijn, dat wij dit alleen kunnen en mogen doen als wij voortdurend hun daarbij de gelegenheid geven zich te ordenen en de innerlijke tucht een eereplaats te geven, even belangrijk als de vrijheid zelve.

Het gaat dus — zooals trouwens met alles — om een als gelijkwaardig erkennen van twee polen, of wil men een ander beeld, om het zoeken van een evenwicht: Wij l moeten tusschen twee klippen doorzeilen. Aan de eene kant dreigt het gevaar van de uiterlijke dwang die het kind in zijn groei kan belemmeren en zelfs in zijn zieleleven blij vende verschrikkingen kan veroorzaken; aan de andere kant is een niet minder groot gevaar dat van de bandeloosheid en stuurloosheid die onvermijdelijk het kind ongelukkig maken en tevens bij derden de neiging tot de dictatuur versterken.

Het is dus een zeer delicaat werk, dat wij moeten doen. Het is zoo iets — tenminste ik stel mij dit zoo voor — als het zweefvliegen. Wij moeten snel en gevoelig reageeren, willen wij ons evenwicht bewaren. Maken wij een fout, dan kunnen de gevolgen noodlottig zijn.

Denken wij zoo over het probleem na, dan kan iets over ons komen als een huivering om dit werk te ondernemen. Maar dan mogen we, geloof ik, eensdeels bedenken, dat tenslotte ook dit heilige en teere werk altijd door beperkte menschen als wijzelf gedaan moet worden. En anderdeels, dat er goddank in de kinderen zélf dat wondere aanwezig is, dat hen waarlijk opvoedt.) Want zelfs als wij fouten be-