Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zóó, dat ik héél licht kan worden misverstaan, wanneer ik tracht uitdrukking te geven aan wat diep in mij leeft. Velen denken — en meer dan eens is dat ook geschreven — dat ik „de zonde" niet erken en ook, dat ik geloof dat de mensch „in eigen kracht", zooals men dan zegt, de wereldproblemen van gemeenschapsordening e.d. zal kunnen oplossen. Hierop zou ik dan graag dadelijk onomwonden willen zeggen, dat dit eenvoudig niet waar is, noch het een, noch het ander. De moeilijkheid is echter dat er zooveel misverstand mogelijk is wanneer wij over deze dingen spreken of schrijven. Wat bedoelt „men" wanneer men het woord „zonde" gebruikt; en wat bedoel ik er mee? Wat voor beteekenis wordt gehecht aan het woordje „eigen" als wij het hebben over „eigen kracht"? Ik hoop, dat ik er in zal slagen, aan het eind van dit geschrift, in het laatste Hoofdstuk, iets duidelijk te maken van de achtergrond van mijn doen en denken en ik wil niet vooruitloopen op deze dingen, maar ik wil toch nu reeds iets trachten te zeggen om eenig mogelijk misverstand weg te nemen.

Ook ik geloof zeer bepaald dat gemeenschapsordening alleen mogelijk is als de mensch zich buigt voor en gehoorzaam is aan het Hoogere, als hij begint met voor zichzelf bewust en eerlijk te erkennen wat voor hem „zonde" is en dat hij alleen sterk kan zijn in de mate dat hij „zwak" is, dus zich afhankelijk weet van hooger kracht die door hem werkt.

Men ziet wel: als ik zulke formuleeringen gebruik om te trachten uit te drukken hoe ik denk over deze diepe dingen, dan ben ik toch merkwaardig dicht bij wat menschen uit allerlei andere overtuigingskringen als hun geloof zullen uitspreken. Wat is dan echter het verschil?

Wel, het verschil is geloof ik hierin gelegen, dat voor